Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:267 BW

Medehuurderschap van een duurzame huisgenoot redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Indien op het gezamenlijk verzoek van een huurder en van een andere persoon die in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft, alsmede van een medehuurder wanneer die er is, de verhuurder niet binnen drie maanden schriftelijk heeft verklaard er mede in te stemmen dat die andere persoon medehuurder zal zijn, kunnen de huurder en die andere persoon, alsmede een medehuurder wanneer die er is, gezamenlijk verzoeken dat de rechter zal bepalen dat deze persoon met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip medehuurder zal zijn.

  2. 2

    Nadat een verzoek aan de verhuurder als bedoeld in lid 1 is gedaan, kan een vordering tot ontbinding van de huur op de grond dat de huurder in strijd met hetgeen overeengekomen is, met een ander in de woonruimte een gemeenschappelijke huishouding heeft, niet meer worden toegewezen. Deze grond levert alsdan evenmin een grond voor opzegging van de huurovereenkomst op.

  3. 3

    De rechter wijst de vordering bedoeld in lid 1 slechts af: a.indien de persoon bedoeld in lid 1 niet gedurende tenminste twee jaren in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft; b.indien, mede gelet op hetgeen is komen vast te staan omtrent de gemeenschappelijke huishouding en de tijdsduur daarvan, de vordering kennelijk slechts de strekking heeft de persoon bedoeld in lid 1 op korte termijn de positie van huurder te verschaffen; c.indien de persoon bedoeld in lid 1 vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur.

  4. 4

    Voor de verplichtingen uit de huur zijn de persoon die de huur heeft aangegaan en ieder van de personen die op grond van dit artikel medehuurder of huurder is, hoofdelijk jegens de verhuurder aansprakelijk, met dien verstande dat een medehuurder niet aansprakelijk is voor verplichtingen die reeds opeisbaar waren voordat hij medehuurder werd.

  5. 5

    De bepalingen omtrent het eindigen van de huur zijn op de personen bedoeld in lid 4 afzonderlijk van toepassing met dien verstande dat een persoon de hoedanigheid van medehuurder in ieder geval verliest, indien hij zijn hoofdverblijf niet langer in de woonruimte heeft. Indien de huur ten aanzien van de huurder eindigt, wordt de medehuurder huurder.

  6. 6

    Is ten aanzien van de woonruimte hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014 van toepassing, dan zet de medehuurder in afwijking van lid 5 de huur slechts voort, indien de rechter dit heeft bepaald op een daartoe door die persoon binnen acht weken na het tijdstip waarop hij huurder is geworden, ingestelde vordering en in elk geval zolang op deze vordering nog niet onherroepelijk is beslist. De rechter wijst de vordering slechts af, indien de eiser niet een voor hem geldende huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8 van die wet overlegt.

  7. 7

    Ieder van de personen bedoeld in lid 4 kan vorderen dat de rechter zal bepalen dat een of meer van deze personen de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer zullen voortzetten. De rechter wijst de vordering slechts toe, indien dit naar billijkheid, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, geboden is, met dien verstande dat hij de vordering in ieder geval toewijst, indien de eiser aantoont dat de persoon waarop de vordering betrekking heeft, zijn positie van medehuurder heeft verkregen op grond van een niet mede door de eiser aan de verhuurder gedaan verzoek of van een door hem ingestelde vordering bedoeld in lid 1.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:128Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Medehuurderschap ‘ingevlogen’ volwassen zoon (mantelzorger) met moeder-huurder (art. 7:267 BW). Duurzame gemeenschappelijke huishouding; gebrek aan wederkerigheid, afwijkende…

  • ECLI:NL:PHR:2024:116Parket bij de Hoge Raad, 2 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Huurecht woonruimte; procesrecht. Voorzetting huur door samenwoner (kleinzoon) ex art. 7:268 lid 2 BW na overlijden huurder (grootvader); toets gemeenschappelijke huishouding en duurzaamheid. Belang…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1003Parket bij de Hoge Raad, 10 november 2023 (civiel recht)

    Recht op de woning in de zin van art. 8 EVRM. Illegale bewoning. Ontruiming. Onderzoek 'in detail' door de rechter van de relevante argumenten betreffende de evenredigheid van de inmenging; 'afdoende…

  • ECLI:NL:PHR:2023:133Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Huurrecht. Procesrecht. Voortzetting van huur door samenwoner na overlijden huurder (art. 7:268 BW). Vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg bieden (art. 7:268 lid 3 sub b BW). Financiële…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9903Rechtbank Limburg, 30 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht. vordering huurachterstand toegewezen ook t.a.v. medehuurder (tot datum opzegging huur)

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12466Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Verzet slaagt, verstekvonnis wordt vernietigd, de oorspronkelijke vordering wordt alsnog afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de zoon geen medehuurder wordt van zijn vaders woning, omdat…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14160Rechtbank Rotterdam, 24 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Vonnis in kort geding. Toewijzing van het exclusieve recht op gebruik van de huurwoning aan de vrouw na het eindigen van de affectieve relatie met de man.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13206Rechtbank Noord-Holland, 24 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Partijen hadden een relatie met elkaar en woonden met hun minderjarige kind in een gezamenlijke huurwoning. Beide partijen willen in de woning blijven wonen en vorderen dat de ander de huur van de…

426 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.