Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:299 BW

Geldt sinds 1 mei 2004

  1. 1

    Indien de overeenkomst is opgezegd op de grond dat een in artikel 296 lid 1 onder b genoemde persoon het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en de huurder in de beëindiging van de overeenkomst heeft toegestemd dan wel de vordering tot beëindiging van de overeenkomst op die grond dan wel op de grond, bedoeld in artikel 296 lid 3, is toegewezen, is de verhuurder jegens de huurder en degene die bevoegdelijk heeft ondergehuurd, tot schadevergoeding gehouden, indien de wil om het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest.

  2. 2

    Behoudens tegenbewijs wordt die wil geacht niet aanwezig te zijn geweest, indien het verhuurde niet binnen een jaar na het einde van de overeenkomst door een persoon als bedoeld in artikel 296 lid 1 onder b in duurzaam gebruik is genomen.

  3. 3

    De rechter kan in een beslissing tot toewijzing van een vordering tot beëindiging, gegrond op de in artikel 296 lid 1 onder b bedoelde wil van een der daar bedoelde personen, op verzoek van de huurder of ambtshalve een bedrag bepalen dat de verhuurder aan de huurder of degene die bevoegdelijk heeft ondergehuurd moet betalen, indien later mocht blijken dat die wil in werkelijkheid niet aanwezig is geweest, onverminderd het recht van de huurder op verdere schadevergoeding.

  4. 4

    De vordering van de huurder of onderhuurder tot schadevergoeding of tot betaling van het in lid 3 bedoelde bedrag vervalt vijf jaren na het einde van de huurovereenkomst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1283Hoge Raad, 17 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Huurrecht. Opzegging en beëindiging huur bedrijfsruimte. Schadevergoeding. Art. 7:299 lid 1 BW. Was wil aanwezig om gehuurde persoonlijk duurzaam in gebruik te nemen?

  • ECLI:NL:PHR:2026:28Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2026 (civiel recht)

    Huur van bedrijfsruimte. Vervolg op opzegging en beëindiging wegens eigen gebruik. Is bij de verhuurder de wil om het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen in werkelijkheid niet aanwezig…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1290Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (civiel recht)

    Huurrecht bedrijfsruimte. Voldaan aan vereisten beëindiging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 sub b BW? Vervolg op HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:494

  • ECLI:NL:PHR:2017:1333Parket bij de Hoge Raad, 1 december 2017 (civiel recht)

    Huur bedrijfsruimte. Dringend persoonlijk gebruik (art. 7:296 lid 1, onder b, BW)? Valt vergoeding voor goodwill onder verhuis- en inrichtingskosten (art. 7:297 lid 1 BW)? Waardering…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:15133Rechtbank Rotterdam, 4 december 2025 (civiel recht)

    Huurrecht. Tussenvonnis. Dringend eigen gebruik. Artikel 7:296 lid 1 onder b BW. Voldoende aannemelijk gemaakt dat er concrete plannen zijn om de bedrijfsruimte te renoveren, door deze te slopen en…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:3308Rechtbank Overijssel, 20 mei 2025 (civiel recht)

    Partij A verhuurt een bedrijfsruimte aan partij B. Zij vordert in conventie beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte, omdat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:7471Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 december 2024 (civiel recht)

    Huur bedrijfsruimte. Beëindiging wegens dringend eigen gebruik. Was de wil om het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen in werkelijkheid aanwezig? Artikel 7:299 BW.

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1630Gerechtshof Den Haag, 3 september 2024 (verbintenissenrecht)

    Procedure na cassatie en verwijzing. Huur bedrijfsruimte. Opzegging wegens dringend eigen gebruik.

56 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.