Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:308 BW

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    Indien de verhuurder, nadat de huurovereenkomst door opzegging zijnerzijds is geëindigd, voordeel geniet tengevolge van het feit dat het verhuurde vervolgens wordt gebezigd voor de uitoefening van een bedrijf, gelijksoortig aan het door de gewezen huurder of de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd aldaar uitgeoefende bedrijf, kan de gewezen huurder of de onderhuurder aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd van de verhuurder een naar billijkheid te berekenen vergoeding vorderen.

  2. 2

    Voordeel, voortvloeiend uit de aard of ligging van het verhuurde of uit de daaraan aangebrachte veranderingen, komt voor de toepassing van lid 1 niet in aanmerking.

  3. 3

    De vergoeding kan niet worden toegekend, wanneer het verhuurde voor de uitoefening van het gelijksoortige bedrijf eerst wordt gebezigd nadat sedert het eindigen van de huurovereenkomst meer dan een jaar is verstreken

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1290Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (civiel recht)

    Huurrecht bedrijfsruimte. Voldaan aan vereisten beëindiging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 sub b BW? Vervolg op HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:494

  • ECLI:NL:PHR:2021:1005Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2021 (civiel recht)

    Dringend eigen gebruik bij verhuur van 290-bedrijfsruimte. Komt de verhuurder die eerder zelf een hotelonderneming heeft gedreven in het nadien door hem verhuurde pand een beroep toe op dringend…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1175Parket bij de Hoge Raad, 11 december 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik; art. 7:296 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2017:1333Parket bij de Hoge Raad, 1 december 2017 (civiel recht)

    Huur bedrijfsruimte. Dringend persoonlijk gebruik (art. 7:296 lid 1, onder b, BW)? Valt vergoeding voor goodwill onder verhuis- en inrichtingskosten (art. 7:297 lid 1 BW)? Waardering…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4434Rechtbank Noord-Nederland, 13 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Kwalificatie huurovereenkomst onbemand tankstation. Het gehuurde is niet aan te merken als een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a lid 1 BW dan wel artikel 7:290 lid 2, onder a, BW.…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8754Rechtbank Rotterdam, 16 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Goedkeuring afwijkend huurbeding. Kleine verhuurder, grote huurder.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1041Rechtbank Noord-Nederland, 31 maart 2026 (civiel recht)

    Huurovereenkomst onbemand tankstation. Is er sprake van huur van een gebouwde onroerende zaak in de zin van de artikelen 7:230a en 7:290 BW? Voornemen om de zaak aan te houden in afwachting van te…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:561Rechtbank Amsterdam, 26 januari 2026 (civiel recht)

    Huurrecht. Goedkeuring afwijkende bedingen. Renovatie.

53 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.