Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:231 BW

Ontbinding van huur van woon- of bedrijfsruimte redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Ontbinding van een huurovereenkomst met betrekking tot een gebouwde onroerende zaak alsmede een woonwagen in de zin van artikel 235, een standplaats in de zin van artikel 236 en een ligplaats in de zin van artikel 236a op de grond dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen, kan slechts geschieden door de rechter, behoudens in het geval van lid 2 en van artikel 210.

  2. 2

    De verhuurder kan de overeenkomst op de voet van artikel 267 van Boek 6 ontbinden op de grond dat door gedragingen in of in de onmiddellijke nabijheid van het gehuurde de openbare orde ernstig is verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring en het gehuurde deswege op grond van artikel 174a van de Gemeentewet dan wel op grond van een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet is gesloten, door gedragingen in zodanig gebouw in strijd met artikel 2, 2a, 3, 10a, eerste lid, aanhef en onder 3° , 10c, eerste lid, aanhef en onder 3° , of 11a van de Opiumwet is gehandeld en het desbetreffende gebouw deswege op grond van artikel 13b van die wet is gesloten, of zodanig gebouw op grond van artikel 17 van de Woningwet is gesloten.

  3. 3

    Van lid 1 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:587Hoge Raad, 10 april 2026 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Art. 7:231 lid 2 BW. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na sluiting van woning door burgemeester o.g.v. art. 13b Opiumwet. Is buitengerechtelijke ontbinding naar…

  • ECLI:NL:PHR:2026:115Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Is buitengerechtelijke ontbinding door de verhuurder op de voet van art. 7:231 lid 2 BW in verband met sluiting woning op basis van art. 13b Opiumwet misbruik van bevoegdheid…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1404Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht; huurrecht bedrijfsruimte. Is dit onbemande tankstation een ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:230a BW en/of art. 7:290 BW? Toepassing van HR 14 april 2014…

  • ECLI:NL:HR:2025:1799Hoge Raad, 28 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Beoordeling vordering tot ontruiming woning indien daarin ook kinderen wonen. Betekenis van art. 3 lid 1 IVRK (belang van…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7053Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Ontruiming woning schade geweldsincidenten sluiting burgemeester en buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7454Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Huur, buitengerechtelijke ontbinding tijdens burgemeesterssluiting, explosies, discussie over bewoning.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13529Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Burgemeesterssluiting huurwoning. Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst. Vordering tot ontruiming in kort geding afgewezen.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6394Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Kwalificatie huurovereenkomst voor onbemand tankstation. Vervolg op het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden van 26 november 2024…

731 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.