Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:920 BW

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    De franchiseovereenkomst bepaalt in ieder geval: a.de wijze waarop wordt vastgesteld: 1° of goodwill aanwezig is in de onderneming van de franchisenemer; 2° zo ja, welke omvang deze heeft; en 3° in welke mate deze aan de franchisegever is toe te rekenen; b.op welke wijze goodwill die redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst aan de franchisenemer wordt vergoed, indien de franchisegever de franchiseonderneming van de betreffende franchisenemer overneemt om deze onderneming zelfstandig voort te zetten, danwel over te dragen aan een derde met wie de franchisegever een franchiseovereenkomst sluit.

  2. 2

    Een beding dat de franchisenemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de franchiseovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, is slechts geldig als: a.het op schrift is gesteld; b.de beperking tot uitoefening van werkzaamheden enkel betrekking heeft op goederen of diensten die concurreren met de goederen of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking heeft; c.de beperking onmisbaar is om de door de franchisegever aan de franchisenemer overgedragen knowhow te beschermen; d.het de duur van een jaar na het einde van de franchiseovereenkomst niet overschrijdt; en e.de geografische reikwijdte niet ruimer is dan het gebied waarbinnen de franchisenemer de franchiseformule op grond van de betreffende franchiseovereenkomst heeft geëxploiteerd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:506Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2026 (verbintenissenrecht)

    Overeenkomstenrecht. Kwalificeren voormalige autodealer- en reparateurovereenkomsten met Stellantis als franchiseovereenkomsten in de zin van titel 7.16 BW?

  • ECLI:NL:PHR:2024:588Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Overeenkomstenrecht. Opzegging duurovereenkomst (franchise); voldoet neutrale grond voor opzegging (wijziging distributiebeleid) aan voorbehouden reden dat in redelijkheid van franchisegever geen…

  • ECLI:NL:PHR:2024:589Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Overeenkomstenrecht. Opzegging duurovereenkomst (franchise); voldoet neutrale grond voor opzegging (wijziging distributiebeleid) aan voorbehouden reden dat in redelijkheid van franchisegever geen…

  • ECLI:NL:PHR:2024:590Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Overeenkomstenrecht. Opzegging duurovereenkomst (franchise); voldoet neutrale grond voor opzegging (wijziging distributiebeleid) aan voorbehouden reden dat in redelijkheid van franchisegever geen…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2760Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering tot nakoming overeenkomst en schorsing non-concurrentie- en relatiebeding.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:528Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 januari 2026 (verbintenissenrecht)

    Huur bedrijfsruimte. Partijen zijn een proefperiode overeengekomen. Huurovereenkomst is niet geëindigd na afloop van de proefperiode, omdat huurster te laat heeft opgezegd. Ondanks de ontruiming van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:8931Rechtbank Amsterdam, 12 november 2025 (verbintenissenrecht)

    non-concurrentiebeding en relatiebeding uit hierziene franchiseovereenkomst worden geschorst. Door de wijzigingen die bij de herziening van het non-concurrentiebeding zijn doorgevoerd is de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3032Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2025 (civiel recht)

    Eiser heeft terecht de buitengerechtelijke ontbinding van de franchise overeenkomsten met gedaagden ingeroepen. De ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de onderhuurovereenkomsten is niet…

33 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.