Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:625 BW

Wettelijke verhoging bij te late loonbetaling redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    Voor zover het in geld vastgesteld loon of het gedeelte dat overblijft na aftrek van hetgeen door de werkgever overeenkomstig artikel 628 mag worden verrekend, en na aftrek van hetgeen waarop derden overeenkomstig artikel 633 rechten doen gelden, niet wordt voldaan uiterlijk de derde werkdag na die waarop ingevolge de artikelen 623 en 624 lid 1 de voldoening had moeten geschieden, heeft de werknemer, indien dit niet-voldoen aan de werkgever is toe te rekenen, aanspraak op een verhoging wegens vertraging. Deze verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag vijf procent per dag en voor elke volgende werkdag een procent, met dien verstande dat de verhoging in geen geval de helft van het verschuldigde te boven zal gaan. Niettemin kan de rechter de verhoging beperken tot zodanig bedrag als hem met het oog op de omstandigheden billijk zal voorkomen.

  2. 2

    Van dit artikel kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:239Hoge Raad, 13 februari 2026 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht; arbeidsrecht. Is boedel over loon dat o.g.v. art. 40 Fw boedelschuld is wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) en wettelijke rente verschuldigd…

  • ECLI:NL:PHR:2026:85Parket bij de Hoge Raad, 23 januari 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Beëindiging. Vergoeding cao-toeslagen; niet genoten vakantiedagen; matiging wettelijke verhoging (art. 7:625 lid BW).

  • ECLI:NL:PHR:2025:752Parket bij de Hoge Raad, 4 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen over de verschuldigdheid, kwalificatie en rang van wettelijke rente (art. 6:119 BW) en wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) over loon dat boedelschuld is. Betekenis van de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:434Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Oproepovereenkomst. Rechtsvermoeden arbeidsomvang art. 7:610b BW; vastklikregeling art. 7:628a BW. Staat het afwijzen van een aanbod op grond van art 7:628a BW aan een beroep op het…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14326Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Geen beëindigingsovereenkomst gesloten. Schriftelijkheidsvereiste. Mededeling van werkgever dat arbeidsovereenkomst door bereikte overeenstemming is geëindigd kwalificeert als…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11127Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidszaak. Verschil tussen gewerkte en uitbetaalde uren. De door de werkgever erkende uren worden toegewezen. Werknemer heeft de andere uren onvoldoende onderbouwd. Voor de berekening van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13486Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Werknemers zijn Australische professioneel rugbyspelers. De door werkgever gestelde afspraak dat werknemers genoegen zouden nemen met loon dat lager was dan het minimumloon, al dan niet tijdelijk, is…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13705Rechtbank Noord-Holland, 9 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen. Niet is komen vast te staan dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dat de arbeidsovereenkomst als gevolg daarvan na twee jaar ziekte is…

4.778 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.