Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:611a BW

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    De werkgever stelt de werknemer in staat scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of hij niet langer in staat is deze te vervullen.

  2. 2

    Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de in lid 1 bedoelde scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.

  3. 3

    Lid 2 is niet van toepassing op de werknemer die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van een natuurlijk persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat. Onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden wordt mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden.

  4. 4

    Een beding waarbij de kosten van scholing als bedoeld in lid 2 worden verhaald op of verrekend met geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking van de werknemer, is nietig.

  5. 5

    De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in de leden 2 of 4 aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1386Hoge Raad, 26 september 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Geldigheid studiekostenbeding in verband met beroepsopleiding advocatuur, art. 7:611a lid 4 BW. Verplichting werkgever tot verstrekken scholing, art. 7:611a lid 1 BW. Verhouding art.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:355Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Geldigheid studiekostenbeding; Beroepsopleiding Advocatuur; noodzakelijke scholing; verplichting werkgever opleiding kosteloos aan te bieden?(Art. 7:611a lid 1, 2…

  • ECLI:NL:PHR:2023:776Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever. Geldt de volgens vaste rechtspraak geldende maatstaf ter beantwoording van de vraag of een werknemer vrijwillig zijn arbeidsovereenkomst…

  • ECLI:NL:PHR:2019:341Parket bij de Hoge Raad, 15 maart 2019 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren (art. 7:669 lid 3, onder d, BW). Vereiste dat werknemer in voldoende mate in gelegenheid is gesteld zijn functioneren te…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6178Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2026 (arbeidsrecht)

    Payroll; einde opdracht; geen h-grond: bankzitten staat niet vast en scholingsverplichting werkgever; ook geen andere redelijke ontslaggrond.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:10663Rechtbank Noord-Holland, 28 juli 2026 (arbeidsrecht)

    Verzoek van werknemer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkgever wordt toegewezen, omdat sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8450Rechtbank Amsterdam, 26 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Betreft vordering tot terugbetaling opleidingskosten op grond van een studiekostenovereenkomst. Tussenvonnis. Eisende partij mag toelichten of ten tijde van het sluiten van de overeenkomst sprake was…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8452Rechtbank Amsterdam, 26 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Betreft vordering tot terugbetaling opleidingskosten op grond van een opleidingsovereenkomst. Tussenvonnis. Eisende partij mag toelichten of ten tijde van het sluiten van de overeenkomst sprake was…

99 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.