Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:533 BW

Geldt sinds 19 februari 2019

  1. 1

    Indien de betaaldienstverlener weigert een betaalopdracht uit te voeren of een betalingstransactie te initiëren, wordt de betaaldienstgebruiker in kennis gesteld van deze weigering en, indien mogelijk, van de redenen daarvoor en van de procedure voor de correctie van eventuele feitelijke onjuistheden die tot de weigering hebben geleid, tenzij ander toepasselijk Unierecht of toepasselijk nationaal recht dit verbiedt.

  2. 2

    De betaaldienstverlener verstrekt zo spoedig mogelijk de kennisgeving – of stelt deze ter beschikking – op de overeengekomen wijze, en in elk geval binnen de in artikel 537 vermelde termijnen.

  3. 3

    In de raamovereenkomst kan de voorwaarde worden gesteld dat de betaaldienstverlener voor die kennisgeving een redelijke vergoeding in rekening mag brengen indien de weigering objectief gerechtvaardigd is.

  4. 4

    Indien alle in de raamovereenkomst van de betaler gestelde voorwaarden vervuld zijn, weigert de rekeninghoudende betaaldienstverlener van de betaler niet een toegestane betaalopdracht uit te voeren, ongeacht of de betaalopdracht door een betaler zelf, onder meer door een betaalinitiatiedienstverlener, dan wel door of via een begunstigde is geïnitieerd, tenzij ander toepasselijk Unierecht of toepasselijk nationaal recht dit verbiedt.

  5. 5

    Een betaalopdracht waarvan de uitvoering is geweigerd, wordt geacht niet ontvangen te zijn voor de toepassing van de artikelen 537, 543, 544 en 545.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1012Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1013Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4097Rechtbank Amsterdam, 1 april 2026 (civiel recht)

    Klant van de bank vordert betaling van € 1.182.765, vermeerderd met rente en kosten. Het zou om een niet toegestane betalingstransactie gaan in de zin van artikel 7:527 BW. Door fraude is de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:9845Rechtbank Amsterdam, 10 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Zorgplicht bank. Eiser heeft geld overgemaakt naar een buitenlandse bankrekening. Nadien bleek dat hij was opgelicht. Hij heeft de bank gebeld om het geld terug te halen. De bank heeft een SEPA…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:1948Rechtbank Amsterdam, 4 april 2024 (verbintenissenrecht)

    Rekeninghouder beoogde te handelen in cryptovaluta en werd slachtoffer van oplichting. Hij maakte gelden over naar een Litouwse bankrekening die op zijn eigen naam was geopend. Fraude speelde zich af…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.