Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:2 BW

Schriftelijke vorm en bedenktijd bij woningkoop redactionele omschrijving

Geldt sinds 23 februari 2011

  1. 1

    De koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan wordt, indien de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, schriftelijk aangegaan.

  2. 2

    De tussen partijen opgemaakte akte of een afschrift daarvan moet aan de koper ter hand worden gesteld, desverlangd tegen afgifte aan de verkoper van een gedateerd ontvangstbewijs. Gedurende drie dagen na deze terhandstelling heeft de koper het recht de koop te ontbinden. Komt, nadat de koper van dit recht gebruik gemaakt heeft, binnen zes maanden tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde zaak of hetzelfde bestanddeel daarvan opnieuw een koop tot stand, dan ontstaat het recht niet opnieuw.

  3. 3

    De leden 1–2 zijn van overeenkomstige toepassing op de koop van deelnemings- of lidmaatschapsrechten die recht geven op het gebruik van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan.

  4. 4

    Van het in de leden 1–3 bepaalde kan niet ten nadele van de koper worden afgeweken, behoudens bij een standaardregeling als bedoeld in artikel 214 van Boek 6.

  5. 5

    De leden 1–4 zijn niet van toepassing op huurkoop en koop op een openbare veiling ten overstaan van een notaris. Zij zijn evenmin van toepassing, wanneer de overeenkomst tevens voldoet aan de omschrijving van een overeenkomst als bedoeld in artikel 50a, onderdelen c of f.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:285Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1333Parket bij de Hoge Raad, 5 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Contractenrecht. Dwingende bewijskracht akte (art. 157 lid 2 Rv.). Partijen bij de overeenkomst en passeren bewijsaanbod in dat verband. Beoordeling gebreken.

  • ECLI:NL:PHR:2025:551Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Onrechtmatige daad. Overdracht door moeder van woning aan een der kinderen onrechtmatig tegenover andere kinderen? Motiveringsklachten.

  • ECLI:NL:PHR:2025:71Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2025 (personen- en familierecht)

    Uitleg van echtscheidingsconvenant. Haviltex-maatstaf. Redelijkheid en billijkheid.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6682Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (civiel recht)

    Totstandkoming koopovereenkomst voor agrarisch perceel met bedrijfswoning. Partijen hebben een overeenkomst gesloten. Schriftelijkheidsvereiste niet van toepassing. Partijen hadden overeenstemming.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6628Rechtbank Oost-Brabant, 9 september 2026 (civiel recht)

    Verkoop huis. Aansprakelijkheid makelaar. Buisleiding Staat/Defensie in de tuin. Verstrekte documenten.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5463Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 augustus 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Mondelinge overeenkomst aangaande een woning. Over de vraag of het schriftelijkheidsvereiste uit artikel 7:2 BW geldt, m.n. of koper voor de verkoper kenbaar handelde in de uitoefening…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8004Rechtbank Amsterdam, 5 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Contractuele boete van 10% van de koopsom van een woning niet gematigd omdat geen wanverhouding bestaat tussen die boete en de door verkopers geleden schade of andere omstandigheden aanwezig zijn die…

346 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.