Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:638 BW

Opnemen en vaststellen van vakantie redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2012

  1. 1

    De werkgever is verplicht de werknemer ieder jaar in de gelegenheid te stellen de vakantie op te nemen waarop de werknemer op grond van artikel 634 ten minste aanspraak heeft.

  2. 2

    Voorzover in de vaststelling van de vakantie niet is voorzien bij schriftelijke overeenkomst dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of de wet, stelt de werkgever de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Indien de werkgever niet binnen twee weken nadat de werknemer zijn wensen schriftelijk heeft kenbaar gemaakt, schriftelijk aan de werknemer gewichtige redenen heeft aangevoerd, is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.

  3. 3

    In geval van gewichtige redenen wordt de vakantie op zodanige wijze vastgesteld dat de werknemer desverlangd, voorzover zijn aanspraak daartoe toereikend is, gedurende twee opeenvolgende weken of tweemaal een week vakantie kan opnemen.

  4. 4

    De werkgever stelt de vakantie zo tijdig vast dat de werknemer gelegenheid heeft tot het treffen van voorbereidingen voor de besteding van de vakantie.

  5. 5

    De werkgever kan, indien daartoe gewichtige redenen zijn, na overleg met de werknemer, het vastgestelde tijdvak van de vakantie wijzigen. De schade die de werknemer lijdt ten gevolge van de wijziging van het tijdvak van de vakantie, wordt door de werkgever vergoed.

  6. 6

    De werkgever is verplicht de werknemer de resterende aanspraak op vakantie in dagen of uren te verlenen, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.

  7. 7

    Indien een aanspraak op vakantie is verworven die het in artikel 634 bedoelde minimum te boven gaat, kan voorzover die aanspraak dat minimum te boven gaat, bij schriftelijke overeenkomst van de in lid 2 genoemde termijn worden afgeweken ten nadele van de werknemer.

  8. 8

    Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer tijdens een vastgestelde vakantie ziek is, gelden niet als vakantie, tenzij in een voorkomend geval de werknemer daarmee instemt. In afwijking van de vorige volzin kan bij schriftelijke overeenkomst worden bepaald dat de in enig jaar verleende vakantiedagen of gedeelten daarvan waarop de werknemer ziek is, als vakantie gelden tot ten hoogste het aantal vakantiedagen dat voor dat jaar boven het in artikel 634 bedoelde minimum is overeengekomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1603Hoge Raad, 17 november 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Kan werkgever o.g.v. art. 7:638 lid 8 BW vakantiedagen van werknemer afboeken indien werknemer, nadat zijn vakantie is vastgesteld, ziek wordt en vervolgens met toestemming van…

  • ECLI:NL:PHR:2023:494Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Samenloop ziekte en vakantie. Uitleg art. 7:638 lid 8 BW. Hoe moet het instemmingsvereiste van art. 7:638 lid 8, eerste volzin, BW worden begrepen? Geldt een cao als een ‘schriftelijke…

  • ECLI:NL:PHR:2023:93Parket bij de Hoge Raad, 20 januari 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Niet-genoten wettelijke vakantiedagen vervallen (art. 7:640a BW) of verjaard (art. 7:642 BW)? ‘Zorg- en informatieverplichting’ werkgever (HvJEU 6 november 2018, C-619/16…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1080Parket bij de Hoge Raad, 13 november 2020 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Art. 7:678 BW. Ontslag op staande voet. Vernietiging ontslag en herstel arbeidsovereenkomst? Dringende reden voor werkgever? Aard en ernst gedrag werknemer; ongeoorloofde afwezigheid?…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:12290Rechtbank Noord-Holland, 17 september 2026 (arbeidsrecht)

    Geschil over de uitleg van de bepaling over de duur van de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter moeten deze worden uitgelegd in het nadeel van de werkgever. De werkgever heeft…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2835Gerechtshof Den Haag, 15 september 2026 (arbeidsrecht)

    Uitleg CAO. Maatstaf 7:638 lid 2 BW. Geen gewichtige redenen werkgever om de aangevraagde vakantie van werknemer te weigeren. OOSV wegens plichtsverzuim / werkweigering niet rechtsgeldig.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:2681Rechtbank Limburg, 29 april 2026 (arbeidsrecht)

    Werknemer werkzaam als lasser. Tijdens re-integratie biedt werkgever laswerk aan. Werknemer weigert die werkzaamheden. Loonstop op grond van art. 7:629 lid 3 sub c BW. Werknemer vordert betaling…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:2922Rechtbank Gelderland, 22 april 2026 (arbeidsrecht)

    De vordering in conventie tot uitbetaling van openstaande vakantie-uren bij einde dienstverband is toewijsbaar. Eiser in conventie heeft de bedoeling gehad de arbeidsovereenkomst niet per direct…

150 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.