Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:518 BW

Geldt sinds 19 februari 2019

  1. 1

    De betaaldienstgebruiker kan de raamovereenkomst te allen tijde beëindigen, tenzij door de partijen een opzegtermijn is overeengekomen. Die termijn is niet langer dan een maand.

  2. 2

    De raamovereenkomst kan door de betaaldienstgebruiker kosteloos worden beëindigd, behalve wanneer de overeenkomst minder dan zes maanden in werking is geweest. Eventuele voor beëindiging van de raamovereenkomst aan te rekenen kosten zijn passend en in overeenstemming met de feitelijke kosten.

  3. 3

    Indien zulks in de raamovereenkomst is overeengekomen, kan de betaaldienstverlener een voor onbepaalde duur gesloten raamovereenkomst beëindigen op de in artikel 517, eerste lid, voor een voorstel tot wijziging bepaalde wijze en met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee maanden.

  4. 4

    Bij beëindiging van de raamovereenkomst kunnen periodieke kosten slechts naar evenredigheid tot aan de beëindiging van de overeenkomst in rekening worden gebracht. Indien de betaaldienstgebruiker dergelijke kosten vooruit heeft betaald, wordt het desbetreffende bedrag naar evenredigheid aan hem terugbetaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:661Rechtbank Amsterdam, 14 februari 2024 (verbintenissenrecht)

    Beëindiging door niet-bancaire dienstverlener van overeenkomst met cliënt , rechtsgeldig.

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:7844Rechtbank Amsterdam, 29 december 2021 (civiel recht)

    Verbodsvorderingen van klant naar aanleiding van aankondiging bank dat zij de bancaire relatie (overeenkomsten inzake betaaldiensten) wil opzeggen; vraag of gebruikmaking van de overeengekomen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.