Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:674 BW

Uitkering bij overlijden van de werknemer redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    De arbeidsovereenkomst eindigt door de dood van de werknemer.

  2. 2

    Niettemin is de werkgever verplicht aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met één maand na de dag van het overlijden, een uitkering te verlenen ten bedrage van het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam.

  3. 3

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder nagelaten betrekkingen verstaan de langstlevende der echtgenoten dan wel geregistreerde partners van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde dan wel degene met wie de werknemer ongehuwd samenleefde, bij ontstentenis van deze de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond en bij ontstentenis van dezen degene met wie de werknemer in gezinsverband leefde en in wiens kosten van bestaan hij grotendeels voorzag. Van ongehuwd samenleven als bedoeld in de eerste zin is sprake indien twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de tweede zin is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.

  4. 4

    De overlijdensuitkering, bedoeld in lid 2, kan worden verminderd met het bedrag van de uitkering dat aan de nagelaten betrekkingen ter zake van het overlijden van de werknemer toekomt krachtens een wettelijk voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering en krachtens de Toeslagenwet.

  5. 5

    Lid 2 geldt niet indien de werknemer onmiddellijk voorafgaande aan het overlijden door toepassing van artikel 629 lid 3, geen aanspraak had op loon als bedoeld in artikel 629 lid 1 of indien ten gevolge van het toedoen van de werknemer geen aanspraak bestaat op een uitkering krachtens een wettelijk voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering.

  6. 6

    Van dit artikel kan niet ten nadele van de nagelaten betrekkingen worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:2898Hoge Raad, 3 oktober 2014 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst, vergoeding (art. 7:685 BW). Na ontbindingsbeschikking, maar vóór beoogde tijdstip van ontbinding eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege als gevolg…

  • ECLI:NL:PHR:2014:669Parket bij de Hoge Raad, 13 juni 2014 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst, vergoeding (art. 7:685 BW). Na ontbindingsbeschikking, maar vóór beoogde tijdstip van ontbinding eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege als gevolg…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BY8728Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2013 (civiel recht)

    Opzegging overeenkomst tot aanneming van werk, voor het werk verschuldigde prijs, besparingen die voor aannemer uit de opzegging voortvloeien, art. 7:764 lid 1 en 2 BW. Stelplicht en bewijslast…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW3367Parket bij de Hoge Raad, 13 juli 2012 (civiel recht)

    Rechtmatigheid leeftijdsontslag in verband met vervroegde pensionering conform art. 5.4 CAO voor KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen. Uitzondering op non-discriminatiebeginsel; maatstaf, objectief en…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:3556Rechtbank Midden-Nederland, 10 juni 2026 (civiel recht)

    Geschil over realisatie aanbouw. Mag de opdrachtgever de overeenkomsten met de aannemer ontbinden? En mag de aannemer op haar beurt de overeenkomsten met de leverancier ontbinden?

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11905Rechtbank Gelderland, 23 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Aannemingsovereenkomst. Beroep op anticipatieve ontbinding ex art. 7:756 BW slaagt niet. Ook geen sprake van aantoonbare tekortkoming bij opleggen bouwstop. Geen verzuim. Vorderingen afgewezen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:4282Rechtbank Noord-Holland, 17 april 2025 (civiel recht)

    erfrecht; vaststellen geldvordering 4:15 BW; stellen zekerheid

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1115Rechtbank Amsterdam, 20 februari 2025 (arbeidsrecht)

    Vorderingen van inmiddels overleden werkneemster. Onder meer loonvordering wegens ongelijke beloning en schadevergoeding omdat handelwijze werkgever heeft gezorgd voor stress en psychische klachten…

32 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.