Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:268 BW

Voortzetting van de huur na overlijden redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Bij overlijden van de huurder zet de medehuurder de huur als huurder voort. Hij kan de huur binnen zes maanden na het overlijden bij exploot of aangetekende brief opzeggen met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de opzegging.

  2. 2

    De persoon die niet op grond van lid 1 huurder wordt, doch wel in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijk huishouding heeft gehad, zet de huur voort gedurende zes maanden na het overlijden van de huurder; de tweede zin van lid 1 is van toepassing. Hij zet de huur ook nadien voort, indien de rechter dit heeft bepaald op een daartoe strekkende binnen die termijn ingestelde vordering, en in elk zolang op deze vordering niet onherroepelijk is beslist.

  3. 3

    De rechter wijst de vordering bedoeld in lid 2 in ieder geval af: a.indien de eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de vereisten van lid 2 voldoet; b.indien de eiser vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur; c.indien het woonruimte betreft waarop hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014 van toepassing is, indien de eiser niet een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8 van die wet overlegt.

  4. 4

    Lid 4, de eerste zin van lid 5 en lid 7 van artikel 267 zijn van overeenkomstige toepassing 5 Komt vast te staan, dat een persoon ten onrechte een beroep op voortzetting van de huur krachtens dit artikel heeft gedaan, dan blijft hij over de tijd gedurende welke hij het genot van de woonruimte heeft gehad jegens de verhuurder aansprakelijk voor de nakoming van de huur die voor hem zou hebben bestaan als hij huurder was geweest. Heeft meer dan één persoon ten onrechte een beroep op voortzetting van de huur gedaan, dan is ieder van hen jegens de verhuurder hoofdelijk aansprakelijk. 6 Zijn er geen personen die krachtens dit artikel de huur voortzetten, dan eindigt deze aan het eind van de tweede maand na het overlijden van de huurder. De erfgenamen zijn bevoegd de huur tegen het eind van de eerste maand na het overlijden van de huurder te doen eindigen. Wanneer de nalatenschap van de huurder ingevolge artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, komt de bevoegdheid van de erfgenamen, bedoeld in de vorige zin, toe aan zijn echtgenoot of geregistreerde partner. 7 Van dit artikel kan niet ten nadele van de personen aan wie dit artikel recht op voortzetting van de huur toekent en van de erfgenamen, onderscheidenlijk de echtgenoot of geregistreerde partner, bedoeld in lid 6, worden afgeweken. 8 Van artikel 229 leden 1 en 3 kan niet worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1240Hoge Raad, 10 juli 2026 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Art. 7:268 lid 2 BW. Voortzetting van huurovereenkomst door achterblijvende samenwoner na overlijden van huurder. Kan ontruimingsvordering in kort geding worden toegewezen als…

  • ECLI:NL:PHR:2026:191Parket bij de Hoge Raad, 20 februari 2026 (civiel recht)

    Huur van woonruimte. Dood van de huurder. Positie van huisgenoot die voortzetting van de huur vordert. Staat de regel van art. 7:268 lid 2 BW dat de huurovereenkomst in elk geval voortduurt totdat op…

  • ECLI:NL:HR:2025:167Hoge Raad, 31 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Uitleg. Moeten na overlijden huurster tussen verhuurder en in woning wonende volwassen kinderen t.a.v. ontruimingstermijn gesloten overeenkomsten worden…

  • ECLI:NL:PHR:2024:810Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Huurrecht. Overeengekomen voortgezet gebruik door kinderen van wijlen huurster. Huurovereenkomst? Alsgeheeltoets. Ingebruikgeving tegen tegenprestatie in de zin van art. 7:201 BW?…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27921Rechtbank Den Haag, 24 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Verhuurder verzoekt ontruiming. Verweerder wenst de huur na overlijden ouders voort te zetten, maar heeft niet tijdig een dergelijke vordering ingesteld bij de kantonrechter. Volgens verweerder is er…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2844Gerechtshof Den Haag, 8 september 2026 (civiel recht)

    Huur van woonruimte. Artikel 7:268 lid 2 BW. Kleinzoon wil huurovereenkomst grootmoeder voortzetten na haar overlijden. Hof oordeelt dat kleinzoon onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9964Rechtbank Amsterdam, 4 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Voortzetting huurovereenkomst na overlijden. De kantonrechter oordeelt dat tussen de samenwoner en de huurder een duurzaam gemeenschappelijke huishouding bestond. Verhuurder mag zich nog uitlaten…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2510Gerechtshof Amsterdam, 1 september 2026 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Volwassen kind vordert voortzetting van de huurovereenkomst na overlijden moeder op de voet van artikel 7:268 lid 2 BW. Kantonrechter en hof wijzen de vordering af. Geen duurzame…

391 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.