Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:671a BW

Geldt sinds 8 december 2016

  1. 1

    De werkgever die voornemens is de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a of b, verzoekt hiervoor schriftelijk toestemming aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

  2. 2

    Indien bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan een van de werkgever onafhankelijke en onpartijdige commissie is aangewezen, verzoekt de werkgever, in afwijking van lid 1, de toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a, aan die commissie. In de collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan waarin die commissie wordt aangewezen, worden regels gesteld met betrekking tot: a.hoor en wederhoor; b.de vertrouwelijke behandeling van overgelegde gegevens; c.redelijke termijnen voor reacties van werkgever en werknemer; en d.een redelijke beslistermijn.

  3. 3

    De collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 2, is afgesloten met een of meer verenigingen van werknemers die in de onderneming of bedrijfstak werkzame personen onder hun leden tellen, die krachtens hun statuten ten doel hebben de belangen van hun leden als werknemers te behartigen, die als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam zijn en ten minste twee jaar in het bezit zijn van volledige rechtsbevoegdheid. Ten aanzien van een vereniging van werknemers die krachtens haar statuten geacht kan worden een voortzetting te zijn van een of meer andere verenigingen van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, wordt de duur van de volledige rechtsbevoegdheid van die vereniging of verenigingen voor de vaststelling van de tijdsduur van twee jaar mede in aanmerking genomen.

  4. 4

    De beslissing op het verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2, wordt gelijktijdig schriftelijk uitgebracht aan de werkgever en de werknemer onder vermelding van de datum waarop het volledige verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2, is ontvangen.

  5. 5

    De toestemming om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a, wordt slechts verleend, indien de werkgever: a.de arbeidsrelatie met personen die niet op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn, heeft beëindigd; b.de arbeidsrelatie met personen die op grond van een arbeidsovereenkomst waarin de omvang van de arbeid niet is vastgelegd op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn, heeft beëindigd; c.de overeenkomsten met betrekking tot ingeleende personen die op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn, heeft beëindigd; en d.de arbeidsrelatie met personen die op basis van een arbeidsovereenkomst op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn en de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd hebben bereikt, heeft beëindigd.

  6. 6

    De toestemming voor opzegging is geldig gedurende vier weken na de dagtekening van de beslissing op het verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2. De werkgever zegt schriftelijk op onder vermelding van de reden voor de opzegging.

  7. 7

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen arbeidsrelaties of overeenkomsten met betrekking tot ingeleend personeel worden aangewezen waarop lid 5 niet van toepassing is en kan worden bepaald wat mede onder de werkgever, bedoeld in lid 5, wordt verstaan.

  8. 8

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de procedure betreffende het verlenen van toestemming, bedoeld in lid 1.

  9. 9

    Elk beding waarbij de verplichting tot het vragen van toestemming, bedoeld in lid 1 of lid 2, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig evenals elk beding dat de termijn, bedoeld in lid 6, verruimt.

  10. 10

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de commissie, bedoeld in lid 2, en de procedure betreffende het verlenen van toestemming door die commissie.

  11. 11

    De toestemming, bedoeld in lid 1 of lid 2, wordt niet verleend als een opzegverbod als bedoeld in artikel 670, leden 1 tot en met 4 en 10, of een met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbaar opzegverbod in een ander wettelijk voorschrift geldt, tenzij redelijkerwijs mag worden verwacht dat het opzegverbod niet meer geldt binnen vier weken na de dagtekening van de beslissing op het verzoek. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de toestemming, bedoeld in artikel 671, lid 1, onderdeel h.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:984Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt –vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend…

  • ECLI:NL:PHR:2025:324Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond (art. 7:669 lid 3 sub g BW). Is sprake van inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en de academische…

  • ECLI:NL:PHR:2024:545Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2024 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Slapend dienstverband. Temporele reikwijdte Xella-norm (HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734 (Xella)) volgend uit HR 11 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1576 (ESD-SIC). Was werkgever…

  • ECLI:NL:HR:2022:276Hoge Raad, 18 februari 2022 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Beëindiging arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden (a-grond). Art. 7:669 lid 3 onder a BW. Opzegverbod tijdens ziekte. Art. 7:670 lid 1 onder b BW. Ontbinding…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27107Rechtbank Den Haag, 21 september 2026 (arbeidsrecht)

    Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen. Verzoek afgewezen. Geen redelijke grond. Niet voldaan aan herplaatsingsverplichting.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27491Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsovereenkomst bij een gemeenteraadsfractie. Opzegging door de werkgever. De opzegging is niet rechtsgeldig. Toewijzing van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:6372Rechtbank Limburg, 1 juli 2026 (arbeidsrecht)

    Geen oorzakelijk verband tussen werkomstandigheden en de beperkingen die de werknemer ondervindt. vorderingen tot betaling van pensioenschade en billijke vergoeding afgewezen. Wel recht op gefixeerde…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:17846Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026 (arbeidsrecht)

    Ontslag zieke werknemer. Loonsanctie UWV. Geen toestemming UWV. Ontslag vernietigd (7:670 en 7:671a BW).

184 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.