Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:344 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    Wanneer tegen de pachter door een derde een vordering wordt ingesteld tot uitwinning of tot verlening van een recht waarmee het verpachte ingevolge de pachtovereenkomst niet belast had mogen zijn, is de verpachter na kennisgeving daarvan door de pachter gehouden in het geding te komen ten einde de belangen van de pachter te verdedigen.

  2. 2

    De verpachter moet aan de pachter alle door deze vordering ontstane kosten vergoeden, doch, als de kennisgeving niet onverwijld is geschied, alleen de na de kennisgeving ontstane kosten.

  3. 3

    Wanneer tegen de onderpachter een vordering betreffende het ondergepachte wordt ingesteld door de hoofdverpachter, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op de onderverpachter.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2949Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 september 2021 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Agrarisch recht. Niet tijdig hoger beroep tegen mondeling deelvonnis, waarvan motivering is uitgewerkt bij later vonnis. Tijdelijke verhuur gronden door pachtkamer aangemerkt als…

  • ECLI:NL:RBLIM:2020:9655Rechtbank Limburg, 9 december 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Vordering tot verhoging eerder opgelegde dwangsommen dan wel het opleggen van nieuwe dwangsommen, tegenvordering verbod op executie eerder kort geding vonnis

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.