Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:298 BW

Geldt sinds 1 augustus 2003

In het geval, bedoeld in artikel 296 lid 4 onder c, kan de rechter de huurder een termijn toestaan van ten hoogste een maand om het aanbod tot het aangaan van een nieuwe overeenkomst alsnog te aanvaarden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:4006Rechtbank Noord-Nederland, 26 september 2023 (civiel recht)

    Verzekeringszaak betreffende brandschade door ontsnapte vonk uit pelletkachel in woonboerderij met open rieten dak. De verzekeraar wist niet dat het een industriële pelletkachel betreft die ook…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:1245Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 april 2023 (verbintenissenrecht)

    Huur restaurant. Hoewel inmiddels geen sprake meer is van een huurachterstand, is het hof van oordeel dat het stelselmatig onvolledige en/of te laat betalen een tekortkoming oplevert die de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2013:5805Rechtbank Amsterdam, 27 augustus 2013 (civiel recht)

    huur bedrijfsruimte 7:290 BW; opzegging verhuurder van 2 huurovereenkomsten van kiosken in verband met herinrichting plein; geen dringend eigen gebruik omdat verhuurder na sloop van de kiosken het…

  • ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8258Gerechtshof Den Haag, 15 januari 2013 (civiel recht)

    verzoek ex art 7:291 BW; franchise; samenloop samenwerkingsovereenkomst en huurovereenkomst bedrijfsruimte

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.