Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:677 BW

Onverwijlde opzegging en schadeplichtigheid redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    Ieder der partijen is bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij.

  2. 2

    De partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.

  3. 3

    De vergoeding, bedoeld in lid 2, is: a.in geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die tussentijds kan worden opgezegd, gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren; b.in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd, gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd.

  4. 4

    De partij die een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd, in strijd met lid 1 opzegt, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. De kantonrechter kan de vergoeding, bedoeld in dit lid, matigen indien hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt, maar tot niet minder dan het in geld vastgestelde loon voor drie maanden. De werknemer kan de kantonrechter verzoeken de opzegging te vernietigen.

  5. 5

    De kantonrechter kan de vergoeding, bedoeld in lid 2: a.matigen, indien hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt, met dien verstande dat de vergoeding, bedoeld in lid 3, onderdeel a, ten minste gelijk is aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij toepassing van de opzegtermijn, bedoeld in artikel 672, had behoren voort te duren; b.op een hoger bedrag stellen, indien de opzegging geschiedt door de werknemer en hem dit gelet op de omstandigheden billijk voorkomt.

  6. 6

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat de kantonrechter de vergoeding, bedoeld in lid 4, op een hoger bedrag kan stellen ten laste van de werknemer, indien de werknemer een in die regeling aan te wijzen functie in een bedrijfstak uitoefende. Uitsluitend functies in een bedrijfstak die zijn aangewezen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 668a, lid 8, kunnen worden aangewezen als een functie als bedoeld in de eerste zin.

  7. 7

    Elk beding waarbij de bevoegdheid, bedoeld in lid 1 of in lid 4, laatste zin, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1386Hoge Raad, 26 september 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Geldigheid studiekostenbeding in verband met beroepsopleiding advocatuur, art. 7:611a lid 4 BW. Verplichting werkgever tot verstrekken scholing, art. 7:611a lid 1 BW. Verhouding art.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:355Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Geldigheid studiekostenbeding; Beroepsopleiding Advocatuur; noodzakelijke scholing; verplichting werkgever opleiding kosteloos aan te bieden?(Art. 7:611a lid 1, 2…

  • ECLI:NL:PHR:2025:301Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontslagrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op i-grond (art. 7:669 lid 3, aanhef en onder i, BW). Kan rechter aanvullende vergoeding op voet van art. 7:671b lid 8 BW ambtshalve aan…

  • ECLI:NL:PHR:2024:900Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2024 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Tussentijdse opzegging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd door werknemer. Tussentijds opzegbeding? Uitleg cao.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10347Rechtbank Amsterdam, 19 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Ontslag op staande voet na fysieke confrontatie met collega op de werkvoer. Vernietiging ontslag op staande voet en afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek. Verzoek om gefixeerde schadevergoeding…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14236Rechtbank Noord-Holland, 16 oktober 2026 (ondernemingsrecht)

    Eiser heeft met gebruik van de BOR de aandelen in (de topholding van) zijn onderneming aan zijn dochter en zoon geschonken. De aandelen worden gehouden door een STAK met dochter en zoon als…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10876Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidszaak. Ontslag op staande voet wegen urenfraude / dagdieverij. Verzoeken van werknemer om gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding worden afgewezen. Werknemer…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9974Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van diverse vergoedingen na een ontslag op staande voet door de werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat het ontslag niet…

2.813 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.