Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:269 BW

Positie van de onderhuurder bij einde hoofdhuur redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De onderhuur die betrekking heeft op een zelfstandige woning waar de onderhuurder zijn hoofdverblijf heeft, wordt in geval van beëindiging van de huur tussen huurder en verhuurder voortgezet door de verhuurder.

  2. 2

    De verhuurder kan binnen zes maanden nadat hij op grond van lid 1 de onderhuur heeft voortgezet vorderen dat de rechter zal bepalen dat de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip zal eindigen op de grond dat: a.de wederpartij vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor een behoorlijk nakoming van de huur; b.de onderhuur is aangegaan met de kennelijke strekking de onderhuurder de positie van huurder te verschaffen; c.in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de inhoud van de huurovereenkomsten die betrekking hebben op soortgelijke woonruimte alsmede op de inhoud van de geëindigde huur tussen hem en de huurder en de inhoud van de voortgezette huurovereenkomst, niet van hem kan worden gevergd dat hij de huur met de wederpartij voortzet; d.de wederpartij indien het woonruimte betreft waarop hoofdstuk 2 van de Huisvestingswet 2014 van toepassing is, niet een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8 van die wet overlegt.

  3. 3

    Ingeval van onderverhuur welke al dan niet een zelfstandige woning vormt, zet degene die op grond van de artikelen 266, 267 en 268 huurder is geworden of de huur heeft voortgezet, als onderverhuurder de huur met de onderhuurder voort.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:761Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Huurrecht. Heeft beslissing o.g.v. art. 7:267 lid 7 BW werking jegens de verhuurder? Is art. 7:267 lid 7 BW ook van toepassing op contractuele medehuur en, zo ja, heeft de…

  • ECLI:NL:PHR:2016:47Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2016 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid advocaat voor niet-tijdige betaling griffierecht. Geen schade

  • ECLI:NL:PHR:2015:610Parket bij de Hoge Raad, 8 mei 2015 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Onderhuur contractueel toegestaan? Uitleg overeenkomst, Haviltex. Wettelijk verbod van onderverhuur (art. 1595 (oud) BW).

  • ECLI:NL:PHR:2014:294Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2014 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Verhuur bedrijfsruimte met onzelfstandige woonruimte. Aanspraak op bescherming art. 7A:1623k (oud) BW? Aan cassatiemiddel te stellen eisen; art. 407 lid 2 Rv.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13990Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Ontruiming. Afwijzing. In deze situatie is sprake van onderhuur die betrekking heeft op een zelfstandige woning waar de onderhuurder, gedaagde, haar hoofdverblijf heeft. Dat brengt op…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6363Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Vordering in kortgeding tot ontruiming van huurwoningen van arbeidsmigranten op vakantiepark, nadat de gemeente de verhuurder een dwangsom heeft opgelegd strekkende tot beëindiging van de permanente…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12921Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Executiegeschil.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13913Rechtbank Rotterdam, 11 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Verstekvonnis. Toewijzing van de eisen tegen de huurders tot ontbinding huurovereenkomst, ontruiming woning en betaling van huur(achterstand). Afwijzing van de eis tegen de voormalige onderhuurder.…

251 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.