Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:669 BW

Gronden voor opzegging door de werkgever redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in lid 3, onderdeel e.

  2. 2

    Herplaatsing, bedoeld in lid 1, is niet vereist, indien de werknemer een geestelijk ambt bekleedt.

  3. 3

    Onder een redelijke grond als bedoeld in lid 1 wordt verstaan: a.het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of het, over een toekomstige periode van ten minste 26 weken bezien, noodzakelijkerwijs vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering; b.ziekte of gebreken van de werknemer waardoor hij niet meer in staat is de bedongen arbeid te verrichten, mits de periode, bedoeld in artikel 670, leden 1 en 11, is verstreken en aannemelijk is dat binnen 26 weken, of bij een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, 6 weken, geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht; c.het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid als gevolg van ziekte of gebreken van de werknemer met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen, mits het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer en aannemelijk is dat binnen 26 weken, of bij een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, 6 weken, geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht; d.de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer; e.verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; f.het weigeren van de werknemer de bedongen arbeid te verrichten wegens een ernstig gewetensbezwaar, mits aannemelijk is dat de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht; g.een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; h.andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren; i.een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, bedoeld in de onderdelen c tot en met e, g en h, die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

  4. 4

    Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst, die is ingegaan voor het bereiken van een tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd is overeengekomen, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd, eveneens opzeggen in verband met of na het bereiken van de tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd is overeengekomen, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd.

  5. 5

    Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden: a.nadere regels gesteld met betrekking tot een redelijke grond voor opzegging, de herplaatsing van de werknemer en de redelijke termijn, bedoeld in lid 1, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar categorieën van werknemers; b.regels gesteld voor het bepalen van de volgorde van opzegging bij het vervallen van arbeidsplaatsen, bedoeld in lid 3, onderdeel a.

  6. 6

    De regels, bedoeld in lid 5, onderdeel b, zijn niet van toepassing indien bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, andere regels worden gesteld voor het bepalen van de volgorde van opzegging bij het vervallen van arbeidsplaatsen, bedoeld in lid 3, onderdeel a, en een onafhankelijke commissie als bedoeld in artikel 671a, lid 2, wordt aangewezen.

  7. 7

    Dit artikel is niet van toepassing op een opzegging tijdens de proeftijd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:863Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Arbeidsrecht; ontslagrecht. Procesrecht. Geldt de wederindiensttredingsvoorwaarde uit het toepasselijke sociaal plan en de vaststellingsovereenkomst ook voor ‘interne’ vacatures? Verband met art.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:682Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht; ontbinding arbeidsovereenkomst in eerste aanleg op g-grond na reorganisatie; in hoger beroep toekenning billijke vergoeding (art. 7:671b lid 9, onder c, BW) wegens schending…

  • ECLI:NL:PHR:2026:680Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding; billijke vergoeding (art. 7:671b lid 9, onder c); Ecofys-beschikking; verbetertraject en verbeterplan. Is de intrekkingsmogelijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2026:279Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst (e-grond); weigering werknemer rapport extern deskundige te delen met werkgever; motiveringsklachten (samenhang met 25/02223).

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4526Rechtbank Noord-Nederland, 21 oktober 2026 (civiel recht)

    Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst docent hogeschool wegens sociaal onwenselijk gedrag. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen van werknemer.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10336Rechtbank Amsterdam, 20 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Een werknemer met psychische beperkingen werkte bij een werkgever die personen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidt. In mei 2025 verscheen zij zonder bericht niet op het werk en bleef daarna…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6714Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    WWZ. Arbeidsovereenkomst is ontbonden vanwege verstoorde verhoudingen, met toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De werknemen wil een hogere billijke vergoeding. De…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10347Rechtbank Amsterdam, 19 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Ontslag op staande voet na fysieke confrontatie met collega op de werkvoer. Vernietiging ontslag op staande voet en afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek. Verzoek om gefixeerde schadevergoeding…

3.867 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.