Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:761 BW

Verjaring en verval van vorderingen wegens gebreken redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 september 2003

  1. 1

    Elke rechtsvordering wegens een gebrek in het opgeleverde werk verjaart door verloop van twee jaren nadat de opdrachtgever ter zake heeft geprotesteerd. Indien de opdrachtgever de aannemer een termijn heeft gesteld waarbinnen deze het gebrek zal kunnen wegnemen, begint de verjaring pas te lopen bij het einde van die termijn, of zoveel eerder als de aannemer te kennen heeft gegeven het gebrek niet te zullen herstellen.

  2. 2

    De rechtsvordering verjaart in ieder geval door verloop van twintig jaren na de oplevering in geval van aanneming van bouwwerken en door verloop van tien jaren na de oplevering in alle andere gevallen.

  3. 3

    Indien de rechtsvordering krachtens het bepaalde in de vorige leden zou verjaren tussen het tijdstip waarop de aannemer aan de opdrachtgever heeft medegedeeld dat hij het gebrek zal onderzoeken of herstellen, en het tijdstip waarop hij het onderzoek en de pogingen tot herstel kennelijk als beëindigd beschouwt, wordt de verjaringstermijn verlengd overeenkomstig artikel 320 van Boek 3.

  4. 4

    De leden 1–3 laten onverlet de bevoegdheid van de opdrachtgever om aan een vordering tot betaling van de prijs zijn recht op vermindering daarvan door gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst of op schadevergoeding tegen te werpen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:308Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Aanneming van werk. Vervaltermijnen van artikel 16.3 AVA 2023 oneerlijk/onredelijk bezwarend? Art. 6:237 aanhef en onder h BW (grijze lijst). Relevantie van betrokkenheid van consumentenorganisaties…

  • ECLI:NL:PHR:2026:272Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Aanneming van werk. Bollenplaatvloer in kantoorgebouw. Opdrachtgever heeft maatregelen genomen, waaronder ontruiming van werkplekken. Ernstig gebrek in de zin van paragraaf 28 lid 2 UAV-GC?

  • ECLI:NL:HR:2021:345Hoge Raad, 5 maart 2021 (civiel recht)

    Overeenkomstenrecht. Aanneming van werk. Procesrecht. Verwijzing naar schadestaatprocedure. Devolutieve werking van het hoger beroep. Passeren bewijsaanbod.

  • ECLI:NL:PHR:2020:949Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2020 (civiel recht)

    Overeenkomstenrecht. Aanneming van werk. Procesrecht. Verwijzing naar schadestaatprocedure. Devolutieve werking van het hoger beroep. Passeren bewijsaanbod.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2860Gerechtshof Den Haag, 29 september 2026 (civiel recht)

    Funderingsgebrek. Vervangende schadevergoeding.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:5080Rechtbank Midden-Nederland, 22 juli 2026 (civiel recht)

    Gedaagde is overeengekomen om bepaalde werkzaamheden voor een richtprijs uit te voeren. Eisers hebben die werkzaamheden voor hogere kosten uitgevoerd dan de maximale prijs op basis van deze…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21093Rechtbank Den Haag, 8 juli 2026 (civiel recht)

    Aanneming van werk. Uitleg overeenkomst. Sprake van vaste aanneemsom, richtprijs of regiebasis? Gebreken.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:18682Rechtbank Den Haag, 1 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Eiseres vordert in conventie betaling voor werkzaamheden aan installatie van gedaagde. Gedaagde beroept zich op verrekening met tegenvordring en opschorting van betaling.

178 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.