Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:295 BW

Voortduren van huur bedrijfsruimte na opzegging verhuurder redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    Een opgezegde huurovereenkomst blijft, tenzij de huurder de overeenkomst heeft opgezegd of na de opzegging door de verhuurder schriftelijk in de beëindiging ervan heeft toegestemd, na de dag waartegen rechtsgeldig is opgezegd van rechtswege van kracht, tot de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verhuurderals in lid 2 bedoeld. De rechter kan evenwel, indien het verweer van de huurder hem kennelijk ongegrond voorkomt, zijn toewijzend vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

  2. 2

    De verhuurder kan, indien hij zes weken na de opzegging niet van de huurder een schriftelijke mededeling heeft ontvangen dat hij in de beëindiging van de huurovereenkomst toestemt, op de gronden vermeld in de opzegging vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de overeenkomst zal eindigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:191Parket bij de Hoge Raad, 20 februari 2026 (civiel recht)

    Huur van woonruimte. Dood van de huurder. Positie van huisgenoot die voortzetting van de huur vordert. Staat de regel van art. 7:268 lid 2 BW dat de huurovereenkomst in elk geval voortduurt totdat op…

  • ECLI:NL:PHR:2026:28Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2026 (civiel recht)

    Huur van bedrijfsruimte. Vervolg op opzegging en beëindiging wegens eigen gebruik. Is bij de verhuurder de wil om het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen in werkelijkheid niet aanwezig…

  • ECLI:NL:HR:2025:1962Hoge Raad, 19 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Huurrecht. Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW). Kan het enkele belang om hogere huurprijs te verkrijgen, op grond van art. 7:296 lid 3 BW leiden tot beëindiging van huurovereenkomst…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1290Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (civiel recht)

    Huurrecht bedrijfsruimte. Voldaan aan vereisten beëindiging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 sub b BW? Vervolg op HR 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:494

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13527Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Verzet. De huurder krijgt een terme de grâce van een maand om de huurachterstand en kosten te betalen aan de verhuurder. Als hij niet (tijdig) betaalt, dan wordt de huurovereenkomst alsnog ontbonden…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:11330Rechtbank Rotterdam, 4 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Eindvonnis na bewijsopdracht. Verhuurder heeft aannemelijk gemaakt dat het rendement, de mogelijke verkoopopbrengst en het BAR stijgen met de omvorming van de ruimte tot woning. Alternatieve scenario…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25134Rechtbank Den Haag, 28 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Gezamenlijk verzoek tot goedkeuring afwijkend beding als bedoeld in artikel 7:291 BW. Partijen zijn wel ontvankelijk in hun verzoek omdat de door hen getekende "Vaststellingsovereenkomst"…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5383Rechtbank Overijssel, 25 augustus 2026 (civiel recht)

    Goedkeuring van een afwijkend huurbeding.

267 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.