Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:371 BW

Geldt sinds 1 september 2007

  1. 1

    In het geval, bedoeld in artikel 370 lid 1 onder d, kan de rechter de pachter een termijn toestaan van ten hoogste een maand om het aanbod tot het aangaan van een nieuwe overeenkomst alsnog te aanvaarden.

  2. 2

    Betreft het aanbod een nieuwe overeenkomst voor een kortere duur dan die van artikel 325 lid 1, dan kan de rechter het aanbod slechts als redelijk aanmerken, indien de bijzondere omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen en de algemene belangen van de landbouw niet worden geschaad. Artikel 325 lid 4, tweede en derde zin, is van overeenkomstige toepassing. Indien de pachter het aanbod aanvaardt, is artikel 325 leden 6 en 7 van overeenkomstige toepassing op de door die aanvaarding tot stand gekomen overeenkomst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27641Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2026 (arbeidsrecht)

    Arbeidszaak. Is sprake van een arbeidsovereenkomst met vaste uren of een oproepovereenkomst? Heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd?

  • ECLI:NL:GHARN:2011:BU7762Gerechtshof Arnhem, 22 november 2011 (civiel recht)

    Rv 118; BW 7:363, 7:369, 7:370 7:371 Ten onrechte, want overbodig, is door de voorgestelde medepachter een incidentele vordering tot voeging ingesteld. Door zijn oproeping op de voet van art. 118…

  • ECLI:NL:GHARN:2010:BM2122Gerechtshof Arnhem, 23 maart 2010 (civiel recht)

    7:225, 7:363, 7:370 en 7:371 BW; 217 en 218 Rv; 45 Pachtwet (oud) Dat alleen de pachter indeplaatsstelling kan vorderen, sluit niet uit dat de voorgestelde pachter, vanwege zijn belang bij toewijzing…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.