Burgerlijk Wetboek Boek 7

BW

Huidige tekst

Artikel 7:537 BW

Geldt sinds 1 november 2009

  1. 1

    De betaaldienstverlener van de betaler draagt er zorg voor dat de betaalrekening van de betaaldienstverlener van de begunstigde uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag na het tijdstip van ontvangst overeenkomstig artikel 532 voor het bedrag van de betalingstransactie wordt gecrediteerd. Deze termijn kan voor betalingstransacties die op papier worden geïnitieerd, met een werkdag worden verlengd.

  2. 2

    De betaaldienstverlener van de begunstigde valuteert het bedrag van de betalingstransactie en stelt het beschikbaar op de betaalrekening van de begunstigde, zodra de betaaldienstverlener het geld ontvangen heeft overeenkomstig artikel 541.

  3. 3

    De betaaldienstverlener van de begunstigde zendt een door of via de begunstigde geïnitieerde betaalopdracht toe aan de betaaldienstverlener van de betaler binnen de tussen de begunstigde en zijn betaaldienstverlener overeengekomen termijnen, zodat automatische afschrijvingen op de afgesproken datum kunnen plaatsvinden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1013Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2013:1996Rechtbank Amsterdam, 20 maart 2013 (civiel recht)

    Bijzondere zorgplicht banken jegens derde. Frauduleuze overboekingen, was de bank op de hoogte? OD? Schending interne procedureregels voldoende?

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.