Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

UHW

Huidige tekst

Artikel 10a UHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    In afwijking van artikel 10, tweede lid, kan de huurprijs worden verhoogd tot ten hoogste: a.het bedrag dat voor dat jaar is voorzien in de bij aanvang van de huur overeengekomen stapsgewijze verhoging van de huurprijs, bedoeld in artikel 7:252c onder a BW; b.het bedrag van de huurprijs direct voorafgaand aan de datum waarop de huurprijs overeenkomstig artikel 7:252c onder b BW niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd, vermeerderd met de som van ten hoogste de krachtens artikel 10, tweede lid, toegelaten verhogingen over de jaren sinds die datum. De onder b bedoelde verhoging leidt niet tot een hogere huurprijs dan het op de ingangsdatum van de voorgestelde huurverhoging in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag, tenzij de huurprijs op de dag voor de datum waarop de huurprijs niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd, lager is dan wel op de dag na die datum hoger is dan het op die dag in dat artikel genoemde bedrag.

  2. 2

    In afwijking van artikel 10, derde respectievelijk vierde lid, kan de huurprijs, indien niet eerder dan drie jaar voor de ingangsdatum van de huurverhoging de huurprijs op schriftelijk verzoek van de huurder niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd, worden verhoogd tot ten hoogste het bedrag van de huurprijs direct voorafgaand aan de datum waarop de huurprijs niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd vermeerderd met de som van ten hoogste de krachtens artikel 10, derde respectievelijk vierde lid, toegelaten verhogingen over de jaren sinds die datum. De in de eerste zin bedoelde verhoging leidt niet tot een hogere huurprijs dan het op de ingangsdatum van de voorgestelde huurverhoging in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag, tenzij de huurprijs op de dag voor de datum waarop de huurprijs niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd, lager is dan wel op de dag na die datum hoger is dan het op die dag in dat artikel genoemde bedrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:872Gerechtshof Den Haag, 28 april 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurprijswijzigingsbeding, geen oneerlijk beding in de zin van de Europese Richtlijn 93/13, verstoring evenwicht tussen rechten en verplichtingen van partijen, art. 7:248 BW, duurovereenkomst…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4166Rechtbank Amsterdam, 28 april 2026 (civiel recht)

    Huurzaak. De kantonrechter heeft prejudiciële vragen geformuleerd voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. De vragen gaan over een huurprijswijzigingsbeding, waarin is bepaald dat de huurprijs…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:6481Rechtbank Amsterdam, 22 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht woonruimte. Vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:725Rechtbank Oost-Brabant, 22 februari 2024 (verbintenissenrecht)

    geliberaliseerde huur woonruimte; nietig huurprijswijzigingsbeding (art. 5.2 ROZ-model)?; particuliere of professionele verhuurder?; servicekosten overeengekomen in de vorm van een vaste…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.