Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

UHW

Huidige tekst

Artikel 3 UHW

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Op huurovereenkomsten waarop ingevolge artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek onderafdeling 2 van afdeling 5 van titel 7.4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ten dele van toepassing is, is deze wet slechts van toepassing voorzover dat uit die onderafdeling voortvloeit.

  2. 2

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde bedrag van de huurprijs bij aanvang van de bewoning vastgesteld, waarboven ingevolge dat artikel voornoemde onderafdeling ten dele van toepassing is.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur worden, voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, in aanvulling op artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek nadere regels gesteld over het onderscheid tussen een zelfstandige en onzelfstandige woonruimte.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:633Hoge Raad, 22 april 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Huurrecht woonruimte. Artikel 5 Bhw en onderdeel 9 van bijlage I sub A Bhw. Toepassing van woningwaarderingsstelsel in gevallen waarin WOZ-waarde van gehuurde niet bekend is of…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1396Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Mate van contractsvrijheid bij huur van geliberaliseerde woonruimte. Overeengekomen bedrag voor door huurder te betalen servicekosten en kosten VvE. Toetsing door de rechter?…

  • ECLI:NL:HR:2018:290Hoge Raad, 2 maart 2018 (belastingrecht)

    Verhuurderheffing; begrip huurprijs in de zin van art. 1.2, lid 1, letter e, van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II; huurprijs exclusief servicekosten maatgevend.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BG3827Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Geschil over een huurachterstand na opschorting van huurverplichting door de huurder in verband met waterschade als gevolg van gebreken aan gehuurde (81 RO).

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:5074Rechtbank Midden-Nederland, 22 juli 2026 (civiel recht)

    Tijdelijke huurovereenkomst woonruimte na 1 juli 2024 eindigt niet door tijdsverloop. Opzegging slaagt niet. Splitsing all-in huurprijs. Toetsing aanvangshuurprijs 7:262 BW.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6503Rechtbank Amsterdam, 19 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht; 7:249 BW; geen sprake van zelfstandige woning maar van kamerhuur/onzelfstandige woonruimte. Dat oordeelt de kantonrechter aan de hand van de feitelijke situatie. Dit brengt mee dat de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6504Rechtbank Amsterdam, 19 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht; 7:249 BW; geen sprake van zelfstandige woning maar van kamerhuur/onzelfstandige woonruimte. Dat oordeelt de kantonrechter aan de hand van de feitelijke situatie. Dit brengt mee dat de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:8788Rechtbank Amsterdam, 13 november 2025 (civiel recht)

    Toetsing redelijkheid aanvangshuurprijs 7:249 BW na uitspraak huurcommissie (2417551). All-inprijs overeengekomen. De na splitsing vastgestelde huurprijs geldt als aanvangshuur. Vaststelling…

24 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.