Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 382 Fw

Geldt sinds 15 oktober 2020

  1. 1

    De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in artikel 371, eerste lid, zo die is aangewezen, stelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zeven dagen na de stemming een verslag op dat vermeldt: a.de namen van de schuldeisers en aandeelhouders of, als dit niet mogelijk is, een verwijzing naar één of meer categorieën van schuldeisers en aandeelhouders, die een stem hebben uitgebracht en of zij zich daarbij voor of tegen het akkoord hebben uitgesproken, alsmede de hoogte van het bedrag van hun vorderingen dan wel het nominale bedrag van hun aandelen; b.de uitslag van de stemming, en c.of de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige voornemens zijn een verzoek als bedoeld in artikel 383, eerste lid, in te dienen, en indien dat het geval is, wat verder rondom de stemming of, indien aan de orde, bij de vergadering waarin deze heeft plaatsgevonden, is voorgevallen en relevant is in het kader van dat verzoek.

  2. 2

    De schuldenaar of de herstructureringsdeskundige stelt de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld in staat van het verslag kennis te nemen. Wordt door de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een verzoek gedaan als bedoeld in artikel 383, eerste lid, dan deponeert hij het verslag ter griffie van de rechtbank. Het verslag ligt aldaar ter kosteloze inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek, bedoeld in artikel 383, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:434Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2026 (insolventierecht)

    Sprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van gewijsde? Ook binding derde als bedoeld in art. 370 lid 2 Fw? Regresverbod art. 370 lid 2 Fw.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1152Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Vallen de vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds bestaande uit achterstallige pensioenpremies, op grond van art. 369 lid 4 Fw – de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9679Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 september 2026 (insolventierecht)

    WHOA. Homologatie akkoord.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9675Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 augustus 2026 (insolventierecht)

    WHOA. Verzoek homologatie akkoord. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9673Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026 (insolventierecht)

    WHOA. Dagbepaling verzoek homologatie akkoord. Geen aanstelling observator, omdat niet instemmende klasse feitelijk voor het akkoord is.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21074Rechtbank Den Haag, 17 juli 2026 (insolventierecht)

    Afwijzing homologatieverzoek (Whoa). Schuldeisers onvoldoende concreet en transparant geïnformeerd en nakoming van het akkoord onvoldoende gewaarborgd. Afwijzingsgronden art. 384 lid 2 onder c en e…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5152Rechtbank Amsterdam, 22 mei 2026 (insolventierecht)

    homologatie van een WHOA-akkoord van een VOF en haar vennoten

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:820Rechtbank Noord-Nederland, 5 februari 2026 (insolventierecht)

    Homologatie akkoord WHOA-procedure.

84 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.