Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 120 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    De eed, bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel, wordt in persoon of door een daartoe bijzonder gevolmachtigde afgelegd in handen van de rechter-commissaris, hetzij onmiddellijk op de vergadering, hetzij op een latere door de rechter-commissaris te bepalen dag. De volmacht kan ondershands worden verleend.

  2. 2

    Indien de schuldeiser, aan wie de eed is opgedragen, niet ter vergadering aanwezig is, geeft de griffier hem onmiddellijk kennis van de eedsopdracht en van de voor de eedsaflegging bepaalde dag.

  3. 3

    De rechter-commissaris geeft de schuldeiser een verklaring van de eedsaflegging, tenzij de eed wordt afgelegd in een vergadering van schuldeisers, in welk geval van de aflegging aantekening wordt gehouden in het proces-verbaal dier vergadering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ5424Parket bij de Hoge Raad, 15 maart 2013 (strafrecht)

    Art. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval van faillissement”. Nu de indiening ter verificatie van de vordering van de schuldeiser bij…

  • ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0392Rechtbank Overijssel, 1 mei 2013 (civiel recht)

    Renvooiprocedure. Vertegenwoordiging tijdens verificatievergadering. Mondelinge lastgeving aan een rechtspersoon. Naar het oordeel van de rechtbank is in de wet niet te lezen dat het niet is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.