Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 238 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, die huurder is, met inachtneming van het bij artikel 228 bepaalde, de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiede tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.

  2. 2

    Van de aanvang der surseance af is de huurprijs boedelschuld.

  3. 3

    Indien de schuldenaar pachter is, vindt het bovenstaande overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:1994Hoge Raad, 24 december 2021 (civiel recht)

    Faillissementsrecht. Art. 39 Fw; art. 238 Fw; art. 6:119 e.v. BW. Is wettelijke rente of contractuele vertragingsrente over als boedelschuld verschuldigde huurprijs een boedelschuld?

  • ECLI:NL:PHR:2014:2274Parket bij de Hoge Raad, 5 december 2014 (insolventierecht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Vraag of art. 39 lid 1 Fw ook geldt voor de huur van roerende zaken. Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend.

  • ECLI:NL:HR:2011:BO3534Hoge Raad, 14 januari 2011 (civiel recht)

    Huurrecht. Faillissement huurder; effectiviteit van een beding in een huurovereenkomst voor zover daarmee wordt beoogd de verhuurder in geval van vervroegde opzegging van de overeenkomst door de…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BO3534Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2011 (civiel recht)

    Huurrecht. Faillissement huurder; effectiviteit van een beding in een huurovereenkomst voor zover daarmee wordt beoogd de verhuurder in geval van vervroegde opzegging van de overeenkomst door de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1071Gerechtshof Amsterdam, 23 april 2024 (civiel recht)

    Onroerendezaak belasting over periode na datum faillissement. Geen boedelvordering wel een verifieerbare vordering. Toepassing regels uit HR - Credit Suisse/Jongepier q.q.

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:4022Rechtbank Amsterdam, 21 juni 2023 (verbintenissenrecht)

    [gedaagde 22] was de advocaat van MG&H. MG&H stelt dat [gedaagde 22] beroepsfouten heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat drie van de door MG&H gestelde beroepsfouten als zodanig te…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:124Gerechtshof Amsterdam, 25 januari 2022 (civiel recht)

    Er lopen (in eerste aanleg en in hoger beroep) meerdere procedures tussen HBC en de verhuurders over door HBC afgegeven (financiële) garanties in verband met de huur door haar inmiddels failliete…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:4615Rechtbank Amsterdam, 24 september 2020 (civiel recht)

    Het warenhuisconcern HBC mag geen getuigen horen over hoe de contracten met verschillende verhuurders van panden tot stand zijn gekomen.

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.