Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 136 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    Indien van hoofdelijke schuldenaren een of meer in staat van faillissement verkeren, kan de schuldeiser in het faillissement van die schuldenaar, onderscheidenlijk in het faillissement van ieder dier schuldenaren opkomen voor en betaling ontvangen over het gehele bedrag, hem ten tijde der faillietverklaring nog verschuldigd, totdat zijn vordering ten volle zal zijn gekweten.

  2. 2

    Een hoofdelijke schuldenaar kan, zo nodig voorwaardelijk, worden toegelaten voor de bedragen waarvoor hij op de gefailleerde, krachtens hun onderlinge rechtsverhouding als hoofdelijke medeschuldenaren, een vordering heeft verkregen of zal verkrijgen. De toelating geschiedt echter slechts: a.voorzover de schuldeiser daarvoor zelf niet kan opkomen of, hoewel hij het kan, niet opkomt; b.voor het geval de schuldeiser gedurende het faillissement voor het gehele bedrag waarvoor hij is opgekomen, wordt voldaan; c.voorzover om een andere reden de toelating geen voor de concurrente schuldeisers nadelige invloed heeft op de aan hen uit te keren percenten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:434Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2026 (insolventierecht)

    Sprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van gewijsde? Ook binding derde als bedoeld in art. 370 lid 2 Fw? Regresverbod art. 370 lid 2 Fw.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:527Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2021 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over samenloop van aansprakelijkstellingen van belanghebbende wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, eerst door de curator en nadien door de Ontvanger. Staat de…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1593Parket bij de Hoge Raad, 13 oktober 2017 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten, art. 37-40 Fw. Fixatiebeginsel, art. 24 Fw. Mogelijkheid tot verificatie van vorderingen…

  • ECLI:NL:PHR:2015:1691Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2015 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:2828Rechtbank Noord-Nederland, 16 juli 2025 (insolventierecht)

    Deze zaak gaat over de vraag of de curator in het faillissement van een VOF het faillissementstekort en het onbetaalde deel van zijn salaris ter verificatie kan indienen in de WSNP van de vennoten…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:338Rechtbank Amsterdam, 15 januari 2025 (insolventierecht)

    Reikwijdte regresverbod artikel 370 lid 2 Fw.

  • ECLI:NL:RBGEL:2023:7127Rechtbank Gelderland, 4 december 2023 (insolventierecht)

    WHOA; homologatievonnis.

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:569Rechtbank Amsterdam, 1 februari 2023 (insolventierecht)

    Verzoek ex art. 378 Fw, beslissing omtrent toelating tot stemming, art. 370 lid 2 Fw staat het nemen van regres na homologatie in de weg, beroep fair balance-vereiste van art. 1 1e Protocol EVRM…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.