Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 265 Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Ter vergadering brengen zowel de bewindvoerders als de deskundigen, zo die er zijn, schriftelijk verslag uit over het aangeboden akkoord. Artikel 144 vindt overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Vorderingen, na afloop van de in artikel 255, 1°. , genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag, waarop de vergadering zal worden gehouden, bij de bewindvoerders ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek op de lijst geplaatst, indien noch de bewindvoerders, noch een der aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maken.

  3. 3

    Vorderingen, daarna ingediend, worden niet op de lijst geplaatst.

  4. 4

    De bepalingen van de twee voorgaande leden zijn niet toepasselijk, indien de schuldeiser buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.

  5. 5

    Ingeval van bezwaar, als in het tweede lid bedoeld, of van geschil over het al of niet aanwezig zijn der verhindering, in het vierde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris, na de vergadering te hebben geraadpleegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:885Parket bij de Hoge Raad, 14 juli 2017 (insolventierecht)

    Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel…

  • ECLI:NL:PHR:2017:526Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:528Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:HR:2003:AI0369Hoge Raad, 26 augustus 2003 (insolventierecht)

    26 augustus 2003 Eerste Kamer Nr. R03/049HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. de vennootschap naar het recht van de staat Delaware INTERCOMM HOLDINGS, LLC, gevestigd te…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:18898Rechtbank Den Haag, 13 november 2024 (insolventierecht)

    Homologatie akkoord in surseance. Geen toets aan WHOA. Geen schending paritas creditorum of absolute priority rule.

  • ECLI:NL:GHAMS:2017:1325Gerechtshof Amsterdam, 19 april 2017 (civiel recht)

    Art. 242 lid 1 sub 2, 3 en 4 Fw van toepassing. In hoger beroep alsnog intrekking voorlopige surseance van betaling en uitspreken faillissement van Oi Coop. Volgt vernietiging beschikking rechtbank.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2017:1326Gerechtshof Amsterdam, 19 april 2017 (civiel recht)

    Art. 242 lid 1 sub 1, 3 en 4 Fw van toepassing. In hoger beroep alsnog intrekking voorlopige surseance van betaling en uitspreken faillissement van PTIF. Volgt vernietiging beschikking rechtbank. Zie…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:645Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2017 (insolventierecht)

    Verzoeken tot intrekking van de (voorlopig) verleende surseance van betaling. Behandeling achter gesloten deuren, niet in raadkamer. Verzoeken worden afgewezen. De situatie op dit moment is niet…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.