Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 243 Fw

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Gedurende acht dagen na de dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surseance, de schuldenaar, en, ingeval de intrekking der surseance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hoger beroep tegen de beschikking der rechtbank.

  2. 2

    Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening terstond kennis aan die van de rechtbank.

  3. 3

    De voorzitter van het gerechtshof bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoek. De griffier roept ten spoedigste hen, die het verzoek tot intrekking hebben gedaan, de schuldenaar en de bewindvoerders schriftelijk tegen de bepaalde dag op.

  4. 4

    De beschikking van het gerechtshof wordt door de griffier terstond medegedeeld aan die van de rechtbank.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:885Parket bij de Hoge Raad, 14 juli 2017 (insolventierecht)

    Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel…

  • ECLI:NL:HR:2017:1280Hoge Raad, 7 juli 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:HR:2017:1281Hoge Raad, 7 juli 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:526Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:528Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:527Parket bij de Hoge Raad, 19 mei 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:529Parket bij de Hoge Raad, 19 mei 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2013:1314Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2013 (civiel recht)

    Insolventierecht. Voordracht van rechter-commissaris tot inbewaringstelling van bestuurder van failliet, art. 87 lid 1 Fw. Maatstaf; eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Geen strijd met…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.