Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 247 Fw

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    De schuldenaar is steeds bevoegd aan de rechtbank de intrekking van de surseance te verzoeken, op grond dat de toestand des boedels hem weer in staat stelt zijn betalingen te hervatten. De bewindvoerders en, indien het een definitief verleende surseance betreft, de schuldeisers worden gehoord of behoorlijk opgeroepen.

  2. 2

    Deze oproeping geschiedt schriftelijk door de griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:11622Rechtbank Noord-Holland, 22 december 2022 (insolventierecht)

    Intrekking voorlopig verleende surseance van betaling ex artikel 247 Fw

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:645Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2017 (insolventierecht)

    Verzoeken tot intrekking van de (voorlopig) verleende surseance van betaling. Behandeling achter gesloten deuren, niet in raadkamer. Verzoeken worden afgewezen. De situatie op dit moment is niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:646Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2017 (insolventierecht)

    Verzoeken tot intrekking van de (voorlopig) verleende surseance van betaling. Behandeling achter gesloten deuren, niet in raadkamer. Verzoeken worden afgewezen. De situatie op dit moment is niet…

  • ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6703Rechtbank 's-Gravenhage, 5 september 2011 (insolventierecht)

    Intrekking van de surseance ex artikel 247 Fw, op grond dat de toestand des boedels schuldenaar weer in staat stelt zijn betalingen te hervatten.

  • ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2308Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2001 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.