Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 8 Fw

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    De schuldenaar, die in staat van faillissement is verklaard, nadat hij op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, heeft gedurende acht dagen, na de dag der uitspraak, recht van hoger beroep.

  2. 2

    Zo hij niet is gehoord, heeft hij gedurende veertien dagen, na de dag der uitspraak, recht van verzet. Indien hij tijdens de uitspraak zich niet binnen het Rijk in Europa bevindt, wordt die termijn verlengd tot een maand.

  3. 3

    Van het vonnis, op het verzet gewezen, kan hij gedurende acht dagen, na de dag der uitspraak, in hoger beroep komen.

  4. 4

    Het verzet of hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het rechtscollege, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.

  5. 5

    De schuldenaar, de schuldeiser die het faillissement heeft verzocht, en, in geval van verzet, de curator, worden opgeroepen op de wijze bepaald in de artikelen 271 tot en met 277 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  6. 6

    De behandeling geschiedt op de wijze bij artikel 4 voorgeschreven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:112Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2023 (insolventierecht)

    Faillissementsprocesrecht. Grond om terug te komen van vaste rechtspraak Hoge Raad dat rechtsmiddel van herroeping niet openstaat tegen vonnis tot faillietverklaring?

  • ECLI:NL:HR:2021:460Hoge Raad, 26 maart 2021 (civiel recht)

    Faillissementsprocesrecht. WSNP. Kan een schuldenaar die failliet is verklaard, in de verzetprocedure alsnog op de voet van art. 3 Fw om toelating tot de schuldsaneringsregeling verzoeken?

  • ECLI:NL:PHR:2020:961Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2020 (insolventierecht)

    Faillissementsprocesrecht. WSNP. Kan een schuldenaar die failliet is verklaard, in de verzetprocedure alsnog op de voet van art. 3 Fw om toelating tot de schuldsaneringsregeling verzoeken?

  • ECLI:NL:PHR:2020:647Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2020 (insolventierecht)

    Onrechtmatige daad; faillissementsrecht. Is de schuldeiser die een faillissement uitlokt dat naderhand op grond van een rechtsmiddel wordt vernietigd, aansprakelijk voor de schade die de schuldenaar…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13417Rechtbank Rotterdam, 18 augustus 2026 (insolventierecht)

    Verzet ongegrond. Geen (betalings)regeling tot stand gekomen. Summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van verweerster en van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoeker in de toestand…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:17713Rechtbank Den Haag, 5 juni 2026 (insolventierecht)

    Verzet faillissement niet-ontvankelijk. Als een schuldenaar geen gebruik maakt van de mogelijkheid om verweer te voeren en ter zitting uitsluitend om een aanhouding verzoekt, dan betekent dit niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:17716Rechtbank Den Haag, 5 juni 2026 (insolventierecht)

    Verzet faillissement niet-ontvankelijk. Als een schuldenaar geen gebruik maakt van de mogelijkheid om verweer te voeren en ter zitting uitsluitend om een aanhouding verzoekt, dan betekent dit niet…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4853Rechtbank Midden-Nederland, 28 april 2026 (insolventierecht)

    Uitgesproken faillissementsvonnis

126 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.