Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 212ha Fw

Geldt sinds 25 maart 2026

  1. 1

    Indien De Nederlandsche Bank N.V. of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, naar gelang welke autoriteit bevoegd is, oordeelt ten aanzien van een bank dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme is voldaan, maar dat een afwikkelingsmaatregel niet in het algemeen belang, bedoeld in onderdeel c van dat artikel, is, verzoekt De Nederlandsche Bank N.V. binnen een redelijke termijn de rechtbank Amsterdam het faillissement van de bank uit te spreken.

  2. 2

    Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.

  3. 3

    Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. en al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, tevens de Europese Centrale Bank, onverwijld in kennis van deze aangifte.

  4. 4

    De rechtbank beslist niet op de aangifte, bedoeld in het derde lid, voordat: a.De Nederlandsche Bank N.V. de rechtbank in kennis heeft gesteld dat zij of de Afwikkelingsraad, genoemd in artikel 42 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, al naar gelang welke autoriteit bevoegd is, niet voornemens is een afwikkelingsmaatregel als bedoeld in artikel 3A:1 van de Wet op het financieel toezicht te nemen met betrekking tot de bank; of b.een termijn van zeven dagen na dagtekening van de kennisgeving bedoeld in het derde lid is verstreken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:695Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2018 (civiel recht)

    Faillissementsrecht. Pluraliteit van schuldeisers. Zijn de Staat enerzijds en organen en onderdelen van de Staat anderzijds voor toepassing Faillissementswet te onderscheiden schuldeisers?…

  • ECLI:NL:HR:2017:488Hoge Raad, 24 maart 2017 (civiel recht)

    Faillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Moet Hoge Raad terugkomen van het krachtens vaste rechtspraak voor faillietverklaring geldende vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft?

  • ECLI:NL:PHR:2017:41Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2017 (civiel recht)

    Faillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Moet Hoge Raad terugkomen van het krachtens vaste rechtspraak voor faillietverklaring geldende vereiste dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft?

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.