Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 311 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat de schuldenaar gedurende een in die beschikking vast te stellen periode bevoegd is ten behoeve van de boedel de uitoefening van zijn zelfstandig beroep of bedrijf voort te zetten. De rechter-commissaris kan een periode telkens verlengen en aan zijn beschikking voorwaarden verbinden.

  2. 2

    Een beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat de schuldenaar bevoegd is alle handelingen waartoe de bewindvoerder toestemming heeft gegeven en die voor de normale uitoefening van het beroep of bedrijf nodig zijn, te verrichten.

  3. 3

    Vorderingen die voortvloeien uit een voortzetting van de uitoefening van het beroep of bedrijf waartoe de schuldenaar op grond van dit artikel bevoegd is, waaronder te begrijpen de verschuldigde huurpenningen, voorzover aan die voortzetting toe te rekenen, zijn boedelschulden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2019:4075Rechtbank Midden-Nederland, 1 mei 2019 (insolventierecht)

    Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris. Overwegingen ten overvloede over het voeren van een onderneming tijdens de schuldsaneringsregeling.

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:1698Rechtbank Den Haag, 14 februari 2018 (insolventierecht)

    WSNP-verzoek door ondernemer die de onderneming wil voortzetten

  • ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8929Rechtbank 's-Gravenhage, 7 november 2011 (insolventierecht)

    Afwijzing omdat het minnelijk traject niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in art. 288 lid 2 aanhef en onder b. Overwegingen ten overvloede in verband met onvoldoende…

  • ECLI:NL:RBMID:2011:BR1650Rechtbank Middelburg, 28 februari 2011 (civiel recht)

    Instantie voor jeugdzorg dringt gedurende de wettelijke schuldsanering bewust niet aan op betaling van de verplichte onderhoudsbijdrage voor een uit huis geplaatste dochter. Nadat de schuldsanering…

  • ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0826Gerechtshof Leeuwarden, 15 februari 2011 (civiel recht)

    Saniet is huurder van een bedrijfspand. In geschil is of de verschuldigde huurpenningen een boedelschuld zijn, omdat er sprake zou zijn van een bedrijfsactiviteit, dan wel omdat de schuld door…

  • ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4041Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 april 2009 (civiel recht)

    Bij de beantwoording van de vraag of [bewindvoerder] onzorgvuldig heeft gehandeld jegens [Y. c.s.] door de huurovereenkomst tot 1 mei 2006 voort te zetten, stelt het hof voorop dat, voor zover [Y.…

  • ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6249Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 mei 2008 (insolventierecht)

    Geen (door)start onderneming tijdens schuldsaneringsregeling.

  • ECLI:NL:RBSGR:2006:AW7398Rechtbank 's-Gravenhage, 5 april 2006 (civiel recht)

    afwijzing toepassing schuldsanering onrechtmatige daad verzoeker niet te goeder trouw ondernemer

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.