Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 242 Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Nadat de surseance is verleend, kan zij, op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerders, van één of meer der schuldeisers of ook ambtshalve door de rechtbank worden ingetrokken: 1°. indien de schuldenaar zich, gedurende de loop der surseance, aan kwade trouw in het beheer van de boedel schuldig maakt; 2°. indien hij zijn schuldeisers tracht te benadelen; 3°. indien hij handelt in strijd met artikel 228, eerste lid; 4°. indien hij nalaat te doen, wat in de bepalingen, door de rechtbank bij het verlenen der surseance of later gesteld, aan hem is opgelegd of wat naar het oordeel der bewindvoerders door hem in het belang des boedels moet worden gedaan; 5°. indien, hangende de surseance, de staat des boedels zodanig blijkt te zijn, dat handhaving der surseance niet langer wenselijk is of het vooruitzicht, dat de schuldenaar na verloop van tijd zijn schuldeisers zal kunnen bevredigen, blijkt niet te bestaan.

  2. 2

    In de gevallen, vermeld onder 1° en 5°, zijn de bewindvoerders verplicht de intrekking te vragen.

  3. 3

    De verzoeker, de schuldenaar en de bewindvoerders worden gehoord of behoorlijk opgeroepen. De oproeping geschiedt door de griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag. De beschikking is met redenen omkleed.

  4. 4

    Indien op grond van dit artikel de surseance wordt ingetrokken, kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van de schuldenaar worden uitgesproken. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de surseance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.

  5. 5

    In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens de faillietverklaring uit te spreken van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:928Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Faillissementsrecht. Vervolg op HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:351. Vaststelling faillissementskosten en salaris door HR (art. 15 lid 3 Fw).

  • ECLI:NL:HR:2017:1280Hoge Raad, 7 juli 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:HR:2017:1281Hoge Raad, 7 juli 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:526Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1570Gerechtshof Den Haag, 7 mei 2026 (insolventierecht)

    Intrekking voorlopige surseance van betaling. Bekrachtiging. Ook in hoger beroep is nog steeds sprake van aanzienlijke onduidelijkheden die de vraag oproepen of het vermogen van verzoekster op juiste…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:3080Rechtbank Noord-Nederland, 8 augustus 2024 (insolventierecht)

    verzoek tot intrekking surseance door de bewindvoerder afgewezen, feitelijk is surseance nooit gestart, taak bewindvoerder in surseance, rechtbank benoemt andere bewindvoerder omdat er geen…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:552Gerechtshof Den Haag, 17 januari 2023 (insolventierecht)

    Surseance van betaling.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:10516Rechtbank Rotterdam, 29 november 2022 (insolventierecht)

    Intrekking surseance en uitspraak faillissement Het vooruitzicht dat de schuldenaar na verloop van tijd zijn schuldeisers zal kunnen bevredigen, blijkt niet te bestaan.

55 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.