Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 217 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

De surseance wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag, waarop zij voorlopig is verleend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BN6123Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2010 (insolventierecht)

    Surseance van betaling. Faillissement. Uitvoering PV-overeenkomst. Vordering beheerder landelijk hoogspanningsnet uit hoofde van onbalans boedelschuld? De medewerking, machtiging of bijstand in de…

  • ECLI:NL:HR:1968:AC2286Hoge Raad, 12 januari 1968 (civiel recht)

    Revindicatie roerend goed. Individualiseerbaarheid. Oneigenlijke vermenging.

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:909Rechtbank Amsterdam, 19 februari 2020 (civiel recht)

    Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte tijdens voorlopige surseance van betaling. Geen misbruik van recht.

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BO5101Rechtbank Rotterdam, 17 november 2010 (civiel recht)

    Beroep op verrekening door de curator van een concurrente vordering met een boedelschuld: afgewezen. Geldlening op datum van surseanceverklaring: deze kan niet aan de boedel worden tegengeworpen…

  • ECLI:NL:GHSHE:2003:AF5670Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 februari 2003 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.