Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 189 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    De uitdeling, uitgetrokken voor een voorwaardelijk toegelaten schuldeiser, wordt niet uitgekeerd, zolang niet omtrent zijn vordering beslist zal zijn. Blijkt het ten slotte dat hij niets of minder te vorderen heeft, dan komen de voor hem bestemde gelden geheel of ten dele ten bate van de andere schuldeisers.

  2. 2

    Uitdelingen bestemd voor vorderingen, welker voorrang betwist wordt, worden, voorzover zij meer bedragen dan de percenten over de concurrente vorderingen uit te keren, gereserveerd tot na de uitspraak over de voorrang.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:391Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2020 (personen- en familierecht)

    Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW)…

  • ECLI:NL:RBMNE:2019:4908Rechtbank Midden-Nederland, 4 oktober 2019 (insolventierecht)

    Verzet tegen de uitdelingslijst in een faillissement. Vordering moet als boedelschuld worden aangemerkt wegens ongerechtvaardigde verrijking van de boedel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.