Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 295 Fw

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    De boedel omvat de goederen van de schuldenaar ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, alsmede de goederen die hij tijdens de toepassing van die regeling verkrijgt.

  2. 2

    Van het inkomen en van periodieke uitkeringen onder welke benaming ook die de schuldenaar verkrijgt, wordt, onverminderd het derde lid, slechts buiten de boedel gelaten een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  3. 3

    De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking het bedrag, bedoeld in het tweede lid, verhogen met een in die beschikking vast te stellen nominaal bedrag. De rechter-commissaris kan aan zijn beschikking voorwaarden verbinden en terugwerkende kracht verlenen.

  4. 4

    Buiten de boedel vallen voorts: a.de goederen die de schuldenaar, anders dan om niet, verkrijgt krachtens een tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot stand gekomen overeenkomst indien de met die verkrijging samenhangende prestatie van de schuldenaar niet ten laste van de boedel komt; b.de inboedel, voorzover niet bovenmatig, bedoeld in artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; c.hetgeen is vermeld in artikel 21, onder 1°, 3°, 5°, 6° en 7° ; d.het door de rechter of door de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 21, onder 4° , vastgestelde bedrag.

  5. 5

    Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. Artikel 22a is van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing. Artikel 22a is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:908Hoge Raad, 12 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Insolventierecht. Wsnp. Procesrecht. Art. 295 lid 3 Fw. Art. 315 Fw. Kosten beschermingsbewindvoering. Beslissing rechter-commissaris over vrij te laten bedrag. Beslissing in hoger beroep waarin…

  • ECLI:NL:PHR:2026:222Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (insolventierecht)

    WSNP-zaak. Procesrecht. Beslissing over vrij te laten bedrag ex art. 295 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep ex art. 315 lid 2 Fw. Cassatieberoep daartegen ontvankelijk? Lengte…

  • ECLI:NL:PHR:2024:562Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2024 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen art. 392 Rv (ECLI:NL:GHDHA:2023:2606). Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat de wettelijke schuldsanering eerder aanvangt dan met het…

  • ECLI:NL:PHR:2024:365Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2024 (insolventierecht)

    WSNP. Verlenging looptijd schuldsaneringsregeling in plaats van beëindiging zonder schone lei (art. 349a lid 2 en lid 3 Fw). Verplichtingen gedurende verlenging. Boedelachterstand. Mocht het hof…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14707Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026 (insolventierecht)

    Wsnp toegewezen achttien maanden en met een eerdere ingangsdatum

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14761Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026 (insolventierecht)

    Wsnp toegewezen voor de duur van achttien maanden.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13918Rechtbank Rotterdam, 12 oktober 2026 (insolventierecht)

    Wsnp toegewezen voor achttien maanden.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13803Rechtbank Rotterdam, 8 oktober 2026 (insolventierecht)

    Wsnp toegewezen met een eerdere ingangsdatum (voordeel van de twijfel route).

495 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.