Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 241a Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De rechtbank kan op verzoek van elke belanghebbende of ambtshalve bij schriftelijke beschikking een afkoelingsperiode afkondigen, waarin elke bevoegdheid van derden, met uitzondering van boedelschuldeisers, tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot de opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden, voor een periode van ten hoogste twee maanden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechter-commissaris. De rechtbank kan deze periode eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste twee maanden.

  2. 2

    De rechtbank kan haar beschikking beperken tot bepaalde derden en daaraan voorwaarden verbinden. De rechter-commissaris kan voorwaarden verbinden aan een door hem gegeven machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.

  3. 3

    Indien een derde ter zake van zijn bevoegdheid een redelijke termijn aan de curator stelt, wordt deze termijn geschorst tijdens de afkoelingsperiode.

  4. 4

    De afkoelingsperiode kan ook op verlangen van de schuldenaar worden afgekondigd door de rechter die de surseance verleent. De afkoelingsperiode die wordt afgekondigd met de verlening van de surseance wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag waarop de surseance voorlopig is verleend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:885Parket bij de Hoge Raad, 14 juli 2017 (insolventierecht)

    Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2274Parket bij de Hoge Raad, 5 december 2014 (insolventierecht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Vraag of art. 39 lid 1 Fw ook geldt voor de huur van roerende zaken. Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend.

  • ECLI:NL:HR:2013:1910Hoge Raad, 13 december 2013 (civiel recht)

    Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober…

  • ECLI:NL:PHR:2013:787Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2013 (civiel recht)

    Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:5861Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 maart 2023 (insolventierecht)

    WHOA. Verlenging (groeps)afkoelingsperiode.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:8629Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 november 2022 (insolventierecht)

    WHOA. Afkondigen (groeps)afkoelingsperiode. Internationaal aspect.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:8630Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 november 2022 (insolventierecht)

    WHOA. Afkondiging (groeps)afkoelingsperiode. Kop/staart.

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:4412Rechtbank Midden-Nederland, 18 augustus 2021 (insolventierecht)

    Bewindvoerder in een surseance krijgt niet opnieuw een afkoelingsperiode of een verlenging achteraf van een reeds afgelopen afkoelingsperiode.

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.