Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 6 Fw

Geldt sinds 23 december 2017

  1. 1

    De rechtbank kan bevelen, dat de schuldenaar worde opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde gehoord te worden. De griffier doet de oproeping op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Is buiten Nederland een hoofdinsolventieprocedure geopend op de voet van artikel 3, eerste lid, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan stelt de griffier de insolventiefunctionaris of de schuldenaar als bedoeld in artikel 2, onder 3, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening in de hoofdinsolventieprocedure onverwijld schriftelijk in kennis van de aanvraag onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechter bepaalde termijn kenbaar kan maken.

  2. 2

    Indien de schuldenaar, die is opgeroepen om gehoord te worden, gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, is zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner mede bevoegd om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen.

  3. 3

    De faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.

  4. 4

    Ontleent de Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan wordt in het vonnis van faillietverklaring vermeld of het een hoofdinsolventieprocedure dan wel een territoriale insolventieprocedure in de zin van de verordening betreft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:352Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 2026 (civiel recht)

    Uitlating art. 80a RO. Voldoen de klachten aan de daaraan te stellen eisen?

  • ECLI:NL:PHR:2025:495Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Procesrecht. Pluraliteitsvereiste. Obligatielening waarbij trustee privatieve last ex art. 7:423 BW heeft om de rechten van de obligatiehouders uit te oefenen. Kunnen, indien…

  • ECLI:NL:PHR:2024:668Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht, vereisten faillietverklaring ex art. 6 lid 3 Fw (vorderingsrecht schuldeiser, pluraliteitsvereiste, toestand dat de schuldenaar heeft opgehouden te betalen).

  • ECLI:NL:PHR:2024:600Parket bij de Hoge Raad, 7 juni 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Niet-betaling één vordering voldoende?

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:10033Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 oktober 2026 (insolventierecht)

    Faillissementsaanvraag afgewezen; de casus is te complex voor een faillissementsprocedure en hoort in een bodemprocedure thuis.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9701Rechtbank Amsterdam, 29 september 2026 (insolventierecht)

    Verzoek tot faillietverklaring. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager. Tussen partijen is een hoger beroepsprocedure aanhangig. De rechtbank kan na summier onderzoek in de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12654Rechtbank Rotterdam, 15 september 2026 (insolventierecht)

    Faillissementsverzoek afgewezen. Niet is gebleken dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2423Gerechtshof Amsterdam, 18 augustus 2026 (civiel recht)

    Hoger beroep tegen afwijzing faillietverklaring. Niet summierlijk is gebleken van pluraliteit van schuldeisers. Daarnaast speelt de faillissementsaanvraag zich af tegen de achtergrond van een…

528 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.