Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 219 Fw

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Gedurende acht dagen na de dag der uitspraak heeft, in geval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surseance verleend is, iedere schuldeiser, die zich niet vóór het verlenen daarvan heeft verklaard, recht van hoger beroep.

  2. 2

    Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.

  3. 3

    Indien het hoger beroep door een schuldeiser is ingesteld, geeft deze uiterlijk op de vierde dag volgende op die, waarop hij zijn verzoek heeft gedaan, aan de advocaat, die het verzoek tot surseance heeft ingediend, bij deurwaardersexploot kennis van het hoger beroep en van de tijd voor de behandeling bepaald. Deze kennisgeving geldt voor oproeping van de schuldenaar.

  4. 4

    De griffier van het gerechtshof doet van het hoger beroep en van de tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft hij van het ingestelde hoger beroep aan de griffier der rechtbank kennis, neemt van deze de in artikel 214 bedoelde stukken over en legt die op zijn griffie voor een ieder ter kosteloze inzage.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:810Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Insolventierecht. Schuldsanering. Beschikking rechtbank op grond van art. 315 Fw. Doorbreking rechtsmiddelenverbod art. 360 Fw. Termijn cassatieberoep.

  • ECLI:NL:HR:2017:3110Hoge Raad, 8 december 2017 (insolventierecht)

    Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel…

  • ECLI:NL:PHR:2017:885Parket bij de Hoge Raad, 14 juli 2017 (insolventierecht)

    Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BK4947Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2010 (insolventierecht)

    WSNP. Art. 3 lid 1 F. geeft voor indiening van verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken geen fatale termijn. Verzoek tot toepassing van schuldsaneringsregeling kan worden…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BG1682Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Verzoek van schuldenaar tot verlenging van de surseance van betaling en verzoek van de bewindvoerder tot intrekking van de surseance; vrijheid rechter de geschilpunten die hem…

  • ECLI:NL:HR:1968:AC2286Hoge Raad, 12 januari 1968 (civiel recht)

    Revindicatie roerend goed. Individualiseerbaarheid. Oneigenlijke vermenging.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.