Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9673Zaaknummer C/02/450589 HO RK 26-255 (T)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450589 HO RK 26-255 (T)
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHOA. Dagbepaling verzoek homologatie akkoord. Geen aanstelling observator, omdat niet instemmende klasse feitelijk voor het akkoord is.

De rechtbank:

- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw wordt behandeld op donderdag, 30 juli te 14:30 uur via een online videoverbinding, door de rechters mr. Prenger (voorzitter), mr. De Vos en mr. Nederhoed;

- bepaalt dat [verzoekster] de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geeft van deze beschikking en hen wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, cluster III Insolventie, op te vragen link deel te nemen aan de zitting, met vermelding dat de stemgerechtigden uiterlijk 27 juli 2026 om 10:00 uur (gemotiveerd) bezwaar kunnen maken tegen het (louter) digitale karakter van de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. Prenger, voorzitter, mr. De Vos en mr. Nederhoed, rechters, en in aanwezigheid van mr. Martens, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

De griffier is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing:

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken – meervoudige kamer

dagbepaling behandeling verzoek homologatie onderhands akkoord

rekestnummer: C/02/450589 HO RK 26-255

uitspraakdatum: 22 juli 2026

Beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 Fw in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:

[verzoekster] B.V.

statutair gevestigd te [plaats 1], kantoorhoudende te [plaats 2],

hierna te noemen: [verzoekster],

advocaten: mr. C.R.G. Gäbler en mr. M.L.A. Brick.

1 De procedure

1.1.

[verzoekster] heeft op 13 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (hierna: Fw) gedeponeerd.

1.2.

[verzoekster] heeft op 21 juli 2026 een stemverslag als bedoeld in artikel 382 Fw ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.

1.3.

[verzoekster] heeft op 21 juli 2026 een verzoekschrift met bijlagen tot homologatie van het door schuldenares aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw ingediend.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek om homologatie van het akkoord en zal, gezien artikel 383 lid 4 Fw, de zitting bepalen waarop zij de homologatie behandelt.

2.2.

Het verzoek tot homologatie wordt op donderdag 30 juli 2026 om 14:30 uur behandeld via een online videoverbinding. Betrokkenen kunnen zich wenden tot de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, cluster III Insolventie (e-mailadres: [e-mailadres] ), om een link te ontvangen, waarmee zij kunnen deelnemen aan de zitting.

2.3.

De rechtbank verwacht op grond van de goede procesorde dat eventuele afwijzingsverzoeken uiterlijk dinsdag 28 juli 2026 om 14:30 uur worden ingediend.

2.4.

[verzoekster] heeft een verzoek heeft ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen binnen de stemtermijn hebben ingestemd. De Belastingdienst, klasse I, heeft binnen de stemtermijn geen stem uitgebracht. De rechtbank heeft nog geen herstructureringsdeskundige aangewezen of een observator aangesteld. Artikel 383 lid 4 Fw schrijft in dat geval voor dat de rechtbank alsnog een observator aanstelt. Toch zal de rechtbank daar niet toe overgaan. De reden daarvoor is dat de Belastingdienst ná de stemtermijn heeft laten weten dat hij vóór het akkoord had gestemd als hij wel tijdig zijn stem had uitgebracht. Alle klassen zijn daarmee feitelijk vóór het akkoord. Toepassing van artikel 383 lid 4 Fw kan daarom in dit geval achterwege blijven, nu hier het belang van de niet-instemmende klasse bij aanstelling van een observator, waarin artikel 383 lid 4 Fw voorziet, ontbreekt.[_8221488e-ec13-4fba-9602-b35c5c7afa24]

2.5.

[verzoekster] moet op grond van artikel 383 lid 5 Fw de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geven van deze beschikking en [verzoekster] dient hen te wijzen op de mogelijkheid om via een bij de griffier van deze rechtbank op te vragen link deel te nemen aan de zitting. [verzoekster] wordt verzocht daarbij te vermelden dat de stemgerechtigden uiterlijk 27 juli 2026 om 10:00 uur (gemotiveerd) bezwaar kunnen maken tegen het (louter) digitale karakter van de zitting.

3 De beslissing:

De rechtbank:

- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw wordt behandeld op donderdag, 30 juli te 14:30 uur via een online videoverbinding, door de rechters mr. Prenger (voorzitter), mr. De Vos en mr. Nederhoed;

- bepaalt dat [verzoekster] de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geeft van deze beschikking en hen wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, cluster III Insolventie, op te vragen link deel te nemen aan de zitting, met vermelding dat de stemgerechtigden uiterlijk 27 juli 2026 om 10:00 uur (gemotiveerd) bezwaar kunnen maken tegen het (louter) digitale karakter van de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. Prenger, voorzitter, mr. De Vos en mr. Nederhoed, rechters, en in aanwezigheid van mr. Martens, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

De griffier is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.

Voetnoten

  1. Vgl. Rechtbank Rotterdam 9 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2350.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.