Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 218 Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Ten bepaalden dage hoort de rechtbank in raadkamer de schuldenaar, de rechter-commissaris, de bewindvoerders en de in persoon bij schriftelijk gemachtigde of bij advocaat opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeiser is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.

  2. 2

    De rechtbank kan de schuldenaar definitief surseance verlenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in artikel 233 bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zodanige vorderingen.

  3. 3

    Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de rechtbank.

  4. 4

    Surseance kan nimmer definitief worden verleend, indien er gegronde vrees bestaat, dat de schuldenaar zal trachten de schuldeisers tijdens de surseance te benadelen of het vooruitzicht niet bestaat, dat hij na verloop van tijd zijn schuldeisers zal kunnen bevredigen.

  5. 5

    De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorlopig verleende surseance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.

  6. 6

    Indien een aanvrage tot faillietverklaring, niet zijnde een verzoek als bedoeld in artikel 213ar, en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het verzoek tot surseance in behandeling. Indien een aanvrage tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 213ar en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst de aanvrage tot faillietverklaring in behandeling.

  7. 7

    De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare zitting.

  8. 8

    In afwijking van het vijfde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:928Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Faillissementsrecht. Vervolg op HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:351. Vaststelling faillissementskosten en salaris door HR (art. 15 lid 3 Fw).

  • ECLI:NL:HR:2017:1280Hoge Raad, 7 juli 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:526Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2017:528Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2017 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:3552Rechtbank Rotterdam, 4 april 2023 (insolventierecht)

    Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen. In artikel 369 lid 10 Fw is bepaald dat tegen beslissingen van de rechtbank in het kader van een WHOA-procedure geen rechtsmiddel openstaat. Verder is er…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:3486Rechtbank Amsterdam, 1 juni 2022 (insolventierecht)

    Afwijzing definitieve surséance van betaling en fallietverklaring

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:1287Rechtbank Amsterdam, 13 januari 2022 (civiel recht)

    Definitieve surséance van betaling; bestuurdersaansprakelijkheid

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:909Rechtbank Amsterdam, 19 februari 2020 (civiel recht)

    Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte tijdens voorlopige surseance van betaling. Geen misbruik van recht.

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.