Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 131 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    Een vordering, waarvan het tijdstip der opeisbaarheid onzeker is, of welke recht geeft op periodieke uitkeringen, wordt geverifieerd voor haar waarde op de dag der faillietverklaring.

  2. 2

    Alle schuldvorderingen, vervallende binnen één jaar na de dag, waarop het faillissement is aangevangen, worden behandeld, alsof zij op dat tijdstip opeisbaar waren. Alle later dan één jaar daarna vervallende schuldvorderingen worden geverifieerd voor de waarde, die zij hebben na verloop van een jaar sedert de aanvang van het faillissement.

  3. 3

    Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op de bedongen rentevoet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:554Parket bij de Hoge Raad, 1 juni 2023 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Acte clair en dus geen plaats…

  • ECLI:NL:PHR:2021:556Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen…

  • ECLI:NL:PHR:2019:62Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2019 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Is schuld teniet gegaan door verrekening met tijdens schuldsaneringsregeling overgenomen vordering op saniet? Art. 54 lid 2 Fw in verbinding met art. 313…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1276Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2018 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Erfrecht. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw; art. 358 jo. 261 Rv. Verzet van erfgenaam tegen uitdelingslijst vereffenaar nalatenschap is door kantonrechter afgewezen. Welk…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:2269Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 april 2022 (civiel recht)

    Rangregeling. Voorlopige staat van verdeling. Begrote bedrag in beslagverlof is niet het maximumbedrag waarvoor beslag is gelegd. Nog niet aanhangig gemaakte ontnemingsmaatregel waarvoor conservatoir…

  • ECLI:NL:GHSHE:2020:2699Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 september 2020 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Merkenrecht. Bewijslast met betrekking tot uitputting rust op de curator in de faillissementen van de parallelhandelaren. De curator heeft het verweer dat er sprake is van uitputting van het…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:977Gerechtshof Den Haag, 2 juni 2020 (civiel recht)

    faillissementsrecht en arbeidsrecht

  • ECLI:NL:RBLIM:2018:11142Rechtbank Limburg, 28 november 2018 (insolventierecht)

    Wijziging grondslag vordering in renvooiprocedure in strijd met systeem faillissementswet. Art: 122 FW.

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.