Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 2 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    De faillietverklaring geschiedt door de rechtbank van de woonplaats des schuldenaars.

  2. 2

    Indien de schuldenaar zich buiten het Rijk in Europa heeft begeven, is de rechtbank zijner laatste woonplaats bevoegd.

  3. 3

    Ten aanzien van vennoten onder ene firma is de rechtbank, binnen welker gebied het kantoor der vennootschap is gevestigd, mede bevoegd.

  4. 4

    Indien de schuldenaar binnen het Rijk in Europa geen woonplaats heeft, doch aldaar een beroep of bedrijf uitoefent, is de rechtbank, binnen welker gebied hij een kantoor heeft, bevoegd.

  5. 5

    Wordt in het geval van het derde of vierde lid door meer dan één daartoe bevoegde rechtbank op verschillende dagen de faillietverklaring uitgesproken, dan heeft alleen de eerst gedane uitspraak rechtsgevolgen. Heeft de uitspraak van verschillende rechtbanken op dezelfde dag plaats, dan heeft alleen de uitspraak van de rechtbank, die in de wet van 10 augustus 1951, Stb. 347 het eerst genoemd wordt, rechtsgevolgen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:459Parket bij de Hoge Raad, 7 mei 2021 (personen- en familierecht)

    Procesrecht; familierecht. Relatieve bevoegdheid rechter in zaken betreffende onderbewindstelling meerderjarigen; art. 266 Rv. Geldt rechtsmiddelenverbod (art. 270 lid 3 Rv) ook bij ambtshalve…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1151Parket bij de Hoge Raad, 4 december 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek schuldeiser tot faillietverklaring van in buitenland woonachtige schuldenaren. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 3 Insolventieverordening, art. 2 lid 2…

  • ECLI:NL:PHR:2020:647Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2020 (insolventierecht)

    Onrechtmatige daad; faillissementsrecht. Is de schuldeiser die een faillissement uitlokt dat naderhand op grond van een rechtsmiddel wordt vernietigd, aansprakelijk voor de schade die de schuldenaar…

  • ECLI:NL:PHR:2017:225Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2017 (insolventierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht; IPR. Bevoegdheid kennis te nemen van faillissementsverzoek. Toepasselijkheid van Insolventieverordening (‘Centre of Main Interests’) of van art. 2 Fw (plaats van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8541Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 augustus 2026 (insolventierecht)

    Verlening voorlopige surseance; internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een surseance verzoek van een in Zwitserland gevestigde onderneming met een vestiging in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6600Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2026 (insolventierecht)

    COMI van de vennootschap. Internationale klanten. Bestuurder verblijft in het buitenland.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:4255Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 mei 2026 (insolventierecht)

    Toewijzing faillissementsverzoek.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:2691Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 maart 2026 (insolventierecht)

    Toewijzing faillissementsverzoek

97 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.