Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 58 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    De curator kan de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige artikel over te gaan. Heeft de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator de goederen opeisen en met toepassing van de artikelen 101 of 176 verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de pand- of hypotheekhouder een of meer malen te verlengen.

  2. 2

    De curator kan een met pand of hypotheek bezwaard goed tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van hetgeen waarvoor het pand- of hypotheekrecht tot zekerheid strekt, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:720Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2026 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Procesmachtiging curator ex art. 68 lid 3 Fw. Kan de curator een procedure voeren voor individuele schuldeisers? Betekenis van de arresten HR 16 september 2005…

  • ECLI:NL:PHR:2026:434Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2026 (insolventierecht)

    Sprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van gewijsde? Ook binding derde als bedoeld in art. 370 lid 2 Fw? Regresverbod art. 370 lid 2 Fw.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:990Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de…

  • ECLI:NL:PHR:2024:542Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2024 (civiel recht)

    Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW); bij natrekking in beginsel ongerechtvaardigde verrijking? verrijking?; vergoeding redelijk?

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:7129Rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2025 (insolventierecht)

    Geschil tussen eerste en tweede hypotheekhouder over bestaan tweede hypotheekrecht; afwijzing wegens onvoldoende belang bij verklaring voor recht (art. 3:303 BW) omdat het ervoor moet worden gehouden…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:7558Rechtbank Rotterdam, 25 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Beroepsfout advocaat. Omvang opdracht. Niet tijdig verzocht om verlenging termijn als bedoeld in artikel 58 Fw. Geen causaal verband omdat die termijn niet zou zijn verlengd als verzoek daartoe…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:124Gerechtshof Den Haag, 28 januari 2025 (ondernemingsrecht)

    Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Boekhoudplicht ex artikel 2:10 BW. Bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW. Andere van buiten komende oorzaken die tot het faillissement hebben…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1494Gerechtshof Den Haag, 20 augustus 2024 (civiel recht)

    Instemming door Rabobank (als hypotheekhouder) met de verkoop - in het zicht van het faillissement - van aan vennootschappen toebehorend onroerend goed, met als gevolg dat huuropbrengsten na…

140 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.