Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 35 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    Indien op de dag van de faillietverklaring nog niet alle handelingen die voor een levering door de schuldenaar nodig zijn, hebben plaatsgevonden, kan de levering niet geldig meer geschieden.

  2. 2

    Heeft de schuldenaar voor de dag van de faillietverklaring een toekomstig goed bij voorbaat geleverd, dan valt dit goed, indien het eerst na de aanvang van die dag door hem is verkregen, in de boedel, tenzij het gaat om nog te velde staande vruchten of beplantingen die reeds voor de faillietverklaring uit hoofde van een zakelijk recht of een huur- of pachtovereenkomst aan de schuldenaar toekwamen.

  3. 3

    Voor de toepassing van de artikelen 86 en 238 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt degene die van de schuldenaar heeft verkregen, geacht na de bekendmaking van de faillietverklaring, bedoeld in artikel 14, derde lid, diens onbevoegdheid te hebben gekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:991Parket bij de Hoge Raad, 16 oktober 2026 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Goederenrecht. Revindicatie van een verkocht schip dat als gevolg van het uitblijven van een geldige goederenrechtelijke levering nog steeds eigendom is van de failliet, terwijl…

  • ECLI:NL:HR:2022:984Hoge Raad, 1 juli 2022 (civiel recht)

    Goederenrecht. Leidt een contractueel onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW steeds ook tot onverpandbaarheid? (art. 3:81 lid 1 BW; art. 3:228…

  • ECLI:NL:PHR:2022:577Parket bij de Hoge Raad, 17 juni 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Overheidsprivaatrecht. Overdracht publiekrechtelijke vermogensrechten. Vallen verhuurde fosfaatrechten in het faillissement van de huurder? Titelvereiste art. 3:84 lid 1 BW en…

  • ECLI:NL:PHR:2022:260Parket bij de Hoge Raad, 18 maart 2022 (civiel recht)

    Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1457Rechtbank Gelderland, 18 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Vordering tot afgifte auto door curator in faillissement autohandelaar. Vordering toegewezen. Artikel 3:109 BW. Artikel 3:125 lid 2 BW en artikel 5:2 BW.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:5537Rechtbank Den Haag, 2 april 2025 (insolventierecht)

    Aansprakelijkheid curator. Insolventierecht. Procesrecht. Curator vordert ontbinding van door failliet als huurverkoper met eiser gesloten huurkoopovereenkomst. Kantonrechter wijst ontbinding toe…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2169Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2025 (goederenrecht)

    Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1494Gerechtshof Den Haag, 20 augustus 2024 (civiel recht)

    Instemming door Rabobank (als hypotheekhouder) met de verkoop - in het zicht van het faillissement - van aan vennootschappen toebehorend onroerend goed, met als gevolg dat huuropbrengsten na…

104 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.