Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 378 Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Voordat het akkoord overeenkomstig artikel 381, eerste lid, ter stemming is voorgelegd, kan de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige, bedoeld in artikel 371, zo die is aangewezen, de rechtbank verzoeken een uitspraak te doen over aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord overeenkomstig deze afdeling, waaronder: a.de inhoud van de informatie die in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden is opgenomen, als ook de door de schuldenaar gehanteerde waardes en uitgangspunten en aannames, bedoeld in artikel 375, eerste lid, onderdelen e tot en met g; b.de klassenindeling; c.de toelating tot de stemming van een schuldeiser of aandeelhouder; d.de procedure voor de stemming en binnen welke termijn nadat het akkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders is voorgelegd of hen is meegedeeld hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, de stemming redelijkerwijs zou mogen plaatsvinden; e.of, als alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in artikel 384, tweede en derde lid, alsnog aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan; f.of, als niet alle klassen instemmen met het akkoord, een afwijzingsgrond als bedoeld in artikel 384, tweede, derde en vierde lid, aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan, en g.of, als de schuldenaar een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 383, tweede lid, het bestuur zonder goede reden weigert instemming te verlenen voor de indiening van het homologatieverzoek.

  2. 2

    Artikel 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De rechtbank behandelt de verzoeken die overeenkomstig het eerste lid aan haar worden gedaan zoveel mogelijk gezamenlijk en doet deze zoveel mogelijk op één zitting af.

  4. 4

    Wordt de rechter op grond van het eerste lid verzocht zich uit te laten over de toelating van een schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming of over de hoogte van het bedrag van de vordering van een stemgerechtigde schuldeiser dan wel het nominale bedrag van het aandeel van een stemgerechtigde aandeelhouder, dan bepaalt de rechtbank of en tot welk bedrag, deze schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming over het akkoord wordt toegelaten. Artikel 147 is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Wordt de rechter op grond van het eerste lid, onderdeel g, verzocht zich uit te laten over de weigering van het bestuur om de daar bedoelde instemming te verlenen en constateert hij dat het bestuur daarvoor geen goede reden heeft, dan kan de rechter op verzoek van de herstructureringsdeskundige bepalen dat zijn beslissing dezelfde kracht heeft als de instemming van het bestuur.

  6. 6

    Als zij dit nodig acht in het kader van een door haar te nemen beslissing, kan de rechtbank één of meer deskundigen benoemen om binnen een door haar te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek in te stellen en een beredeneerd verslag van bevindingen uit te brengen. De deskundigen leggen hun verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders. Artikel 371, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. De rechtbank kan te allen tijde een deskundige, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, een en ander op verzoek van hemzelf of ambtshalve.

  7. 7

    Als informatie ontbreekt om de gevraagde beslissing te kunnen geven, kan de rechtbank de schuldenaar of de herstructureringsdeskundige een redelijke termijn gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken, alvorens zij een beslissing neemt als bedoeld in het eerste en vierde lid.

  8. 8

    De rechtbank beslist niet als bedoeld in het eerste en vierde lid dan nadat zij de schuldenaar, de herstructureringsdeskundige zo die is aangewezen, de observator, bedoeld in artikel 380, zo die is aangesteld, en de schuldeisers en aandeelhouders van wie de belangen rechtstreeks geraakt worden door de beslissing op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven. Wordt de rechter gevraagd om een beslissing te nemen als bedoeld in het vierde lid, dan is de vorige zin in ieder geval van toepassing op de schuldeiser of aandeelhouder, bedoeld in dat lid.

  9. 9

    Beslissingen van de rechtbank op grond van dit artikel zijn slechts bindend voor die schuldeisers en aandeelhouders die op grond van het vorige lid door de rechtbank in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze te geven.

  10. 10

    Artikel 371, veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:434Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2026 (insolventierecht)

    Sprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van gewijsde? Ook binding derde als bedoeld in art. 370 lid 2 Fw? Regresverbod art. 370 lid 2 Fw.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1152Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Vallen de vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds bestaande uit achterstallige pensioenpremies, op grond van art. 369 lid 4 Fw – de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2652Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 april 2025 (insolventierecht)

    WHOA. Aspectenverzoek (378 Fw).

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:524Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 januari 2025 (insolventierecht)

    WHOA. Homologatie akkoord. Schending informatieverplichting. Onder omstandigheden dient een aanbieder van een akkoord ook informatie te geven over het vermogen bij groepsvennootschappen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:338Rechtbank Amsterdam, 15 januari 2025 (insolventierecht)

    Reikwijdte regresverbod artikel 370 lid 2 Fw.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:7411Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 oktober 2024 (insolventierecht)

    WHOA. Aspectenverzoek (378 Fw).

  • ECLI:NL:GHARL:2024:4812Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 juli 2024 (civiel recht)

    Bank, met hypotheekrecht, vordert in kortgeding verbod op het (verder) uitoefenen van een retentierecht op een onroerende zaak. Volgens de bank claimt de aannemer met het retentierecht ten onrechte…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:2361Rechtbank Amsterdam, 11 april 2024 (insolventierecht)

    WHOA, verzoek homologatie akkoord, rechtbank ziet aanleiding tot benoeming deskundige ex artikel 383 jo 378 lid 6 Fw, fiscale wet- en regelgeving

50 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.