Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 207 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

De schuldenaar of zijn erfgenamen zijn tot dit verzoek niet ontvankelijk, tenzij bij het verzoekschrift zij overgelegd het bewijs, waaruit blijkt, dat alle erkende schuldeisers, ten genoegen van elk hunner, zijn voldaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:1991:16Parket bij de Hoge Raad, 29 november 1991 (civiel recht)

    Faillissement en surseance. Motivering. Verrekening. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid (goede trouw) in het oude recht. Vordering in conventie als verweer tegen die in reconventie.

  • ECLI:NL:RBROT:2020:1792Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2020 (insolventierecht)

    Verzoek rehabilitatie. Uit de enkele nakoming van het akkoord valt niet af te leiden dat iedere erkende schuldeiser tot zijn genoegen is voldaan.

  • ECLI:NL:RBALK:2011:BR4546Rechtbank Alkmaar, 12 juli 2011 (insolventierecht)

    Verzoek tot homologatie ex art. 206 Fw. Faillissement beëindigd door de homolatie van een akkoord. Ontvankelijkheid van het verzoek

  • ECLI:NL:RBALM:1999:AA3942Rechtbank Almelo, 15 december 1999 (insolventierecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.